Café 't Smalle exploiteert een café met een terras op een steiger die sinds 1987 ligt. De steiger is destijds gebouwd door de toenmalige exploitant met toestemming van de Gemeente Amsterdam. Nieuwe terrassen op steigers zijn volgens gemeentelijk beleid niet toegestaan, maar bestaande terrassen vallen onder een uitsterfregeling. Na overdracht van het café in 2020 vroeg 't Smalle een exploitatievergunning aan die deels werd geweigerd voor het terras op de steiger. De Gemeente verleende tijdelijk een vergunning vanwege de coronapandemie.
In 2022 ontving de Gemeente een handhavingsverzoek en besloot zij de steiger te verwijderen. 't Smalle maakte bezwaar en verzocht de bestuursrechter om schorsing, maar de bestuursrechter verwees de eigendomsvraag naar de civiele rechter. 't Smalle startte een kort geding om schorsing van het handhavingsbesluit te verkrijgen.
De rechtbank oordeelt dat de steiger eigendom is van de Gemeente op grond van natrekking en dat 't Smalle geen eigendomsrecht heeft verkregen door verjaring. Het gebruik en onderhoud door 't Smalle impliceert geen bezit. De vordering tot schorsing wordt afgewezen en 't Smalle wordt veroordeeld in de proceskosten.