Uitspraak
1.De procedure
- het verzoek met bijlagen van de vader, ontvangen op 20 juli 2022;
- het verweerschrift van de moeder, ontvangen op 4 november 2022;
- de nagekomen stukken van de vader, ontvangen op 11 november 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De vader verzocht de rechtbank om een omgangsregeling vast te stellen met zijn minderjarige kind, waarbij hij een opbouw naar een weekend per twee weken en een gelijke verdeling van vakanties voorstelde. Eerdere omgangsregelingen waren meerdere malen gewijzigd en verminderd op initiatief van de moeder, waarna de omgang grotendeels is gestopt. De vader heeft erkend dat hij bereid is een behandeling voor agressieproblematiek te volgen.
De moeder verweerde zich door te stellen dat de vader onvoldoende meewerkte aan hulpverlening en dat er sprake is van agressief gedrag van de vader jegens haar en hulpverleners, wat de veiligheid van het kind bedreigt. De omgang is sinds april 2021 gestaakt en de moeder stuurt maandelijks informatie en foto's van het kind naar de vader.
De rechtbank oordeelt dat het belang van het kind centraal staat en dat contact tussen het kind en de niet-verzorgende ouder uitgangspunt is, tenzij sprake is van ernstige nadelen. Gezien de langdurige onveilige situatie, het ontbreken van succesvolle hulpverlening en de agressie van de vader, is omgang met het kind op dit moment in strijd met de zwaarwegende belangen van het kind. Daarom wordt het verzoek afgewezen en wordt geen omgangsregeling of videobelcontact vastgesteld.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot het vaststellen van een omgangsregeling wordt afgewezen wegens strijd met de zwaarwegende belangen van het kind.