ECLI:NL:RBAMS:2022:7134

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 november 2022
Publicatiedatum
2 december 2022
Zaaknummer
724392 / FA RK 22-6625
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg voor zes maanden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 november 2022 het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een schizofrene stoornis, een licht verstandelijke beperking en een stoornis in het gebruik van cannabis. Betrokkene vertoont ernstig nadeel zoals levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang.

Er is vastgesteld dat betrokkene niet bereid is vrijwillig noodzakelijke medicatie te gebruiken en opnieuw cannabis is gaan gebruiken, waardoor het stabiele psychische toestandsbeeld kwetsbaar blijft. De rechtbank concludeert dat verplichte zorg noodzakelijk is en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn.

Hoewel betrokkene een positief pril herstel doormaakt en goed functioneert bij FundamentPlus en zijn werk, acht de rechtbank het belangrijk om de situatie nauwlettend te volgen. De zorgmachtiging wordt daarom beperkt tot zes maanden. De verplichte zorg omvat onder meer medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en toezicht.

De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en benadrukt het belang van het behoud van de woonplek van betrokkene voor het herstelproces. De beschikking is op 7 november 2022 mondeling gegeven en op 15 november 2022 schriftelijk uitgewerkt.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen voor betrokkene.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: 724392 / FA RK 22-6625
kenmerk: ZM / IND / 88496
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 7 november 2022van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1999,
wonende aan de [adres] ,
verblijvende aan de [verblijfsadres]
zorgaanbieder: GGZinGeest,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. B.A. Palm.

1.Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 24 oktober 2022.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 november 2022 in het gebouw van de rechtbank te Amsterdam. De rechtbank heeft hier de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en begeleider van FundamentPlus;
- de heer N. de Haas, psychiater (telefonisch);
- de heer [naam] , mentor van betrokkene.
De officier van justitie is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizofrene stoornis, een licht verstandelijke beperking en een stoornis in het gebruik van cannabis. Betrokkene is ook bekend met katatonie.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in
:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Anders dan door en namens betrokkene bepleit, zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is niet bereid om in een vrijwillig kader de door de behandelaars noodzakelijk geachte medicatie in te nemen. Bovendien is betrokkene weer begonnen met blowen. Cannabisgebruik verdraagt zich niet goed met een psychische stoornis. Derhalve is het bereikte stabiele psychische toestandsbeeld kwetsbaar. Te meer nu betrokkene sinds kort in zorg is bij een nieuw ambulant behandelteam. Er lijkt een klik te zijn tussen betrokkene en zijn behandelaars, maar na een eerste kennismaking eind oktober, dient de band zich verder te bestendigen om over en weer het vertrouwen in elkaar op te bouwen. Gelet op het voorgaande is verplichte zorg nodig. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.5.
De rechtbank ziet gelet op het prille positieve herstel aanleiding om deze zorgmachtiging in duur te bekorten. Betrokkene heeft het naar zijn zin bij FundamentPlus. Hier gaat het ook goed. Hij houdt zich aan de afspraken, heeft een goede klik met zijn begeleiding en zorgt goed voor zichzelf. Betrokkene heeft ook een baan als orderpicker bij Crisp. Verder is gebleken dat de medicatiedosering is gehalveerd en dat dit een positief effect heeft op betrokkene nu hij energieker is. Indien betrokkene deze positieve lijn weet vast te houden en de medicatieverlaging geen nadelige effecten kent, acht de behandelaar ter zitting het voor mogelijk dat in het komende halfjaar overeenstemming over de behandeling wordt bereikt. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het van belang een vinger aan de pols te houden.
2.6.
Het positieve prille herstel is onder andere te danken aan het feit dat betrokkene gebaat is bij de begeleiding die vanuit zijn woonplek bij FundamentPlus geboden wordt. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de financiering van deze woonplek voor betrokkene niet rond is. De rechtbank hoopt dat de mensen om betrokkene heen zich inspannen om de woonplek van betrokkene te behouden en daarmee de band die betrokkene met zijn begeleiders heeft opgebouwd. Betrokkene is er niet gebaat om gedurende het prille herstel om redenen van financiering elders te moeten wonen.
2.7.
Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan, het advies van de geneesheer-directeur en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk:
  • toedienen van vocht en voeding gedurende telkens maximaal zeven dagen;
  • toedienen van medicatie gedurende zes maanden;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening gedurende zes maanden;
  • beperken van de bewegingsvrijheid gedurende telkens maximaal zes weken;
  • insluiten gedurende telkens maximaal drie dagen;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene gedurende telkens maximaal drie dagen;
  • onderzoek aan kleding of lichaam gedurende telkens maximaal zes weken;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen gedurende telkens maximaal zes weken;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen gedurende telkens maximaal zes weken;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het houden aan afspraken met het ambulante behandelteam gedurende zes maanden;
  • opnemen in een accommodatie gedurende telkens maximaal zes weken.
2.8.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1999, inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.7. genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 7 mei 2023;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 7 november 2022 mondeling gegeven door mr. A.K. Mireku, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door J.M. Vos als griffier en op 15 november 2022 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.