ECLI:NL:RBAMS:2022:7129
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot medewerking eigendomsoverdracht woning na echtscheiding en weigering door ex-partner
Partijen zijn in algehele gemeenschap van goederen getrouwd geweest en hebben na hun echtscheiding afspraken gemaakt over de verdeling van de echtelijke woning in een echtscheidingsconvenant uit 2018. De woning werd gewaardeerd op €264.000 met een hypothecaire schuld van €265.000, waarbij eiseres de woning zou overnemen en gedaagde uit de hoofdelijkheid van de hypotheek zou worden ontslagen.
Gedaagde weigert echter mee te werken aan de levering van zijn aandeel in de woning aan eiseres, stellende dat hij bij het vaststellen van de waarde van de woning heeft gedwaald en recht heeft op een deel van de overwaarde. Hij beroept zich op vernietiging van het convenant wegens dwaling.
De rechtbank oordeelt dat de algemene dwalingsregeling niet van toepassing is op de verdeling van een gemeenschap en dat vernietiging uitsluitend op grond van artikel 3:196 BW Pro kan plaatsvinden. Gedaagde heeft onvoldoende onderbouwd dat hij voor meer dan een vierde is benadeeld, mede omdat hij de gezamenlijke schulden niet heeft meegenomen in zijn berekening.
Verder wordt aangenomen dat gedaagde zich bewust was van de afspraken in het convenant, mede doordat hij juridisch is bijgestaan. De vorderingen van eiseres worden toegewezen en gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan de eigendomsoverdracht, met vervangende toestemming voor eiseres bij gebreke daarvan.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan eigendomsoverdracht woning, vernietiging wegens dwaling wordt afgewezen.