ECLI:NL:RBAMS:2022:7110
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing vonnis kantonrechter inzake gebruik woning na echtscheiding
Partijen zijn ex-partners die gezamenlijk een woning huren en ouders zijn van een minderjarige. Na hun echtscheiding is door de kantonrechter in kort geding bepaald dat de ex-partner [gedaagde] het exclusieve gebruik van de woning krijgt toegewezen, met het belang van het kind als leidend criterium.
[eiser] verzocht om schorsing van dit vonnis in afwachting van hoger beroep, stellende dat hij de woning vanwege medische urgentie nodig heeft en dat [gedaagde] misbruik maakt van haar bevoegdheid door het vonnis uit te voeren. Hij zou bovendien geen alternatieve woonruimte hebben en kampt met slechte gezondheid.
De rechtbank oordeelt dat het belang van het minderjarige kind voorop blijft staan en dat de kantonrechter de medische urgentie van [eiser] wel heeft meegewogen maar niet doorslaggevend achtte. Er is geen bewijs dat [gedaagde] onwaarheden heeft verklaard of misbruik maakt van haar bevoegdheid. De vordering tot schorsing wordt daarom afgewezen en partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van het vonnis af en laat het exclusieve gebruik van de woning bij de ex-partner in stand.