Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
4.Beslissing
spreekt verdachtedaarvan
vrij.
- […]
- […]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Verdachte en vier medeverdachten werden beschuldigd van voorbereiding van een plofkraak in Amsterdam en Nijmegen, waarbij zij een gestolen auto met valse kentekenplaten en diverse attributen zoals jerrycans met benzine, bivakmutsen en gereedschap bij zich hadden. De politie had de auto voorzien van plaatsbepalingsapparatuur en camera's, waarna een achtervolging volgde die eindigde met het verlaten van de auto door vier mannen, waaronder verdachte en zijn medeverdachten.
De rechtbank stelde vast dat weliswaar verdachte en zijn medeverdachten in de auto zaten en dat de aangetroffen goederen vaak bij plofkraken worden gebruikt, maar dat er geen concreet bewijs was van een plan tot plofkraak. Er waren geen digitale sporen zoals chatberichten, routebeschrijvingen of ontploffingsmiddelen gevonden. Ook de informatie over eerdere plofkraken in Duitsland waarbij verdachte mogelijk betrokken was, was onvoldoende om het ten laste gelegde te bewijzen.
De rechtbank oordeelde dat het opzet gericht moet zijn op het voorbereiden van het specifieke misdrijf en dat verdachte moet weten dat de middelen bestemd waren voor dat misdrijf. Dit ontbrak, waardoor verdachte en medeverdachten werden vrijgesproken van de tenlastelegging van voorbereiding van een plofkraak.
Uitkomst: Verdachte en medeverdachten worden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van voorbereiding van een plofkraak.