ECLI:NL:RBAMS:2022:6956
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering DGB Energie wegens niet langer handhaven na verzoek doorhaling
In deze civiele procedure tussen DGB Energie B.V. en een particuliere gedaagde heeft DGB verzocht om doorhaling van haar vordering. De gedaagde stemde hier niet mee in, omdat hij een eindbeslissing wenste.
De rechtbank overwoog in een eerder tussenvonnis dat DGB mogelijk misleidende handelspraktijken had toegepast door een lager voorschotbedrag voor te spiegelen dan uiteindelijk werd gefactureerd. Dit zou de overeenkomst vernietigbaar maken wegens oneerlijke handelspraktijken. Nadat partijen zich mochten uitlaten over ambtshalve vernietiging, heeft DGB alsnog verzocht om doorhaling van de zaak.
De rechtbank oordeelde dat door het ontbreken van instemming met doorhaling geen doorhaling kon plaatsvinden, maar dat uit het verzoek bleek dat DGB haar vordering niet langer handhaafde. Daarom werd de vordering afgewezen en DGB veroordeeld in de proceskosten, welke nihil werden begroot.
Uitkomst: De vordering van DGB Energie B.V. wordt afgewezen omdat zij deze niet langer handhaaft.