Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 februari 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser (hierna: [eiser] )
[hotel] ., gevestigd te Amsterdam, de voormalige werkgever. [hotel] . heeft te kennen gegeven uitsluitend een kopie van de uitspraak te willen ontvangen.
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank volgt [eiser] niet in zijn stelling dat hij lichamelijk meer beperkt is dan door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is aangenomen. De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkens de FML van 4 februari 2021 een beperking heeft aangenomen ten aanzien van zitten voor maximaal een uur. Desgevraagd op zitting heeft [eiser] onderbouwd dat hij de klachten voornamelijk ervaart als hij achter een tafel zit. De rechtbank stelt verder vast dat [eiser] deze stelling niet heeft onderbouwd met een objectief medisch stuk. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rapportage van 21 oktober 2021 terecht opgemerkt dat de subjectieve beleving door [eiser] van zijn klachten - hoewel voorstelbaar - niet beslissend is bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen in objectieve zin zijn vastgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarbij onder meer verwezen naar de brief van de huisarts van 24 juni 2021 waarin de huisarts aangeeft dat [eiser] ruim een half uur in de spreekkamer heeft gewacht. Daarnaast neemt de rechtbank mee dat de primaire verzekeringsarts bij zijn lichamelijk onderzoek op het spreekuur van 21 juli 2020 heeft gerapporteerd dat [eiser] een uur op een stoel aan het bureau zit. De rechtbank acht gelet op hetgeen hiervoor is overwogen navolgbaar dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep [eiser] niet verder heeft beperkt ten aanzien van zitten. Ook een verdergaande beperking ten aanzien van lopen, staan of klimmen heeft [eiser] niet onderbouwd met medische stukken. De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2022.