AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks artikel 12 OLW
De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 oktober 2022 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Polen op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het District Court in Koszalin. De opgeëiste persoon werd verdacht van medeplegen van poging tot zware mishandeling en er waren twee vrijheidsstraffen opgelegd door Poolse rechtbanken.
Hoewel de termijn van 90 dagen voor een beslissing volgens artikel 22 OLWPro was verstreken, werd het verzoek inhoudelijk behandeld. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat hij de Poolse nationaliteit bezit. Een van de vonnissen betrof een procedure waarbij de opgeëiste persoon in persoon aanwezig was, waardoor artikel 12 OLWPro niet van toepassing was. Bij het andere vonnis was hij niet in persoon verschenen, wat een weigeringsgrond kan opleveren.
De rechtbank besloot echter af te zien van de weigering op grond van artikel 12 OLWPro omdat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de procedure, afspraken had gemaakt met de Poolse officier van justitie, en instructies had ontvangen over zijn verplichtingen. De rechtbank concludeerde dat de overlevering geen schending van verdedigingsrechten inhoudt.
De feiten waarvoor overlevering werd gevraagd, waren strafbaar onder Nederlands recht als medeplegen van poging tot zware mishandeling. De rechtbank oordeelde dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldeed en dat geen andere weigeringsgronden aanwezig waren. De overlevering werd daarom toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe ondanks een mogelijke weigeringsgrond op grond van artikel 12 OLW.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/752227-19
RK nummer: 20/575
Datum uitspraak: 9 november 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 OverleveringswetPro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 januari 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 4 december 2019 door de District Court in Koszalin II Criminal Department(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1992,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1.Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 oktober 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. L.M.E. Kleczewski, advocaat te Venlo en door een tolk in de Poolse taal.
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de termijn van 90 dagen waarbinnen de rechtbank ex artikel 22 OLWPro op het overleveringsverzoek moet beslissen, reeds is verstreken. Dat betekent dat de rechtbank de beslistermijn niet meer kan verlengen en dat als gevolg daarvan geen grondslag meer bestaat voor gevangenhouding.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3.Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van twee vonnissen:
een vonnis van de
een vonnis van de
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van twee vrijheidsstraffen voor de duur van respectievelijk:
twee jaren;
één jaar en zes maanden,
door de opgeëiste persoon nog geheel te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen.
Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLWPro
Het vonnis van deLocal Court in Wałczvan 3 augustus 2010 (II K 413/10)
In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot het vonnis met kenmerk II K 413/10 heeft geleid. Op dit vonnis is de weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 12 OLWPro daarom niet van toepassing.
Het vonnis van deLocal Court in Wałczvan 9 mei 2012 (II K 151/12)
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van het vonnis met kenmerk II K 151/12, terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLWPro worden geweigerd.
De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
In het EAB is vermeld dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de strafrechtelijke procedure tegen hem. Tijdens de voorbereidende procedures heeft hij namelijk een afspraak gemaakt met de Poolse officier van justitie over de aan hem op te leggen straf. Ook is de opgeëiste persoon persoonlijk ervan op de hoogte gesteld dat er een straf zou kunnen volgen wanneer hij niet op de zitting zou verschijnen. In de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 18 oktober 2022 staat dat de opgeëiste persoon tijdens de voorbereidende procedure is geïnstrueerd over zijn verplichting om de autoriteiten op de hoogte te stellen van een eventuele wijziging van zijn woon- of verblijfplaats en de consequentie van het verzuimen van die verplichting (namelijk dat correspondentie geacht wordt te zijn betekend). Deze instructie heeft de opgeëiste persoon ondertekend. Volgens het EAB is de oproep voor de zitting verstuurd naar het adres dat de opgeëiste persoon zelf heeft opgegeven als correspondentieadres.
Gelet op deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat overlevering een schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon inhoudt, omdat hij, zo hij al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces, minst genomen kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot de ontvangst van officiële correspondentie over de strafrechtelijke procedure.
De rechtbank ziet af van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren op grond van artikel 12 OLWPro.
5.Strafbaarheid
Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
telkens: medeplegen van poging tot zware mishandeling.
6.Slotsom
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLWPro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.
7.Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 45, 47 en 302 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.
8.Beslissing
STAAT TOEde overlevering van [opgeëiste persoon]aan de District Court in Koszalin II Criminal Department(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. J.P.W. Helmonds en D. Segbedzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.A. Dijk, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 9 november 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.