Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoeker],
Procesgang
Inhoud verzoekschrift
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
Beslissing
toe.
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker, geboren in 1952, heeft bij vonnis een ontnemingsmaatregel opgelegd gekregen tot betaling van €389.998,24 aan de Staat. De rechtbank heeft eerder een machtiging tot gijzeling afgewezen omdat verzoeker geen betalingsonwil maar betalingsonmacht heeft, vanwege zijn leeftijd, medische situatie en gebrek aan vermogen en verdiencapaciteit.
In de procedure heeft verzoekers raadsman aangevoerd dat gezien de penibele financiële situatie en beperkte levensverwachting het ontnemingsbedrag feitelijk niet af te lossen is, waardoor het punitieve effect van de maatregel zwaarder weegt dan het reparatoire doel. Het Openbaar Ministerie toonde begrip voor kwijtschelding.
Het Centraal Justitieel Incassobureau bevestigde dat verzoeker geen vermogen heeft en dat een betalingsregeling passend is, maar dat aflossing niet realistisch is. De rechtbank concludeert dat verzoeker onvoldoende middelen heeft om te betalen en wijst het verzoek tot kwijtschelding van het resterende bedrag toe.
De beslissing werd op 8 november 2022 in het openbaar uitgesproken door de rechtbank Amsterdam, waarbij de ontnemingsmaatregel wordt kwijtgescholden wegens de onmogelijkheid tot betaling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot kwijtschelding van het resterende ontnemingsbedrag toe wegens betalingsonmacht.