AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens poging tot diefstal met braak
De rechtbank Amsterdam heeft op 29 september 2022 uitspraak gedaan over een vordering tot overlevering van een persoon aan Tsjechië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court in Karviná. De opgeëiste persoon, geboren in 1994 en Tsjechisch staatsburger, werd bijgestaan door een raadsman en een tolk tijdens de openbare zitting van 15 september 2022.
Het EAB betreft een arrestatiebevel van 18 maart 2022 en heeft betrekking op een strafrechtelijk onderzoek wegens een vermoeden van een strafbaar feit onder Tsjechisch recht, omschreven als poging tot diefstal waarbij braak is gepleegd. De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet (OLW), met name artikel 2 OLWPro, en dat het vereiste van dubbele strafbaarheid is vervuld volgens artikel 7 OLWPro.
Er zijn geen weigeringsgronden of andere belemmeringen voor overlevering aanwezig. Op grond hiervan heeft de rechtbank de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De beslissing werd genomen door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier tijdens de openbare zitting.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Tsjechië toe wegens poging tot diefstal met braak.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/157127-22
RK nummer: 22/3489
Datum uitspraak: 29 september 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 OverleveringswetPro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 13 juli 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 24 mei 2022 door the District court in Karviná(Tsjechië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Tsjechië) op [geboortedag] 1994,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
gedetineerd in [detentieadres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1.Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 15 september 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. N. Stegerhoek, advocaat te Amsterdam, die waarneemt voor mr. M.L. van Gessel, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Tsjechische taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Tsjechische nationaliteit heeft.
3.Referte
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank
4.Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van 18 maart 2022, file number (T156/2021-71). Het arrestatiebevel is blijkens het zich in het dossier bevindende A-form uitgevaardigd door the District court in Karviná.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Tsjechisch recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
5.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
6.Slotsom
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLWPro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.
7.Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 45 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.
8.Beslissing
STAAT TOEde overlevering van [opgeëiste persoon]aan the District court in Karviná(Tsjechië) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M.M.L.A.T. Doll, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en R.J. Bartels, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 29 september 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.