ECLI:NL:RBAMS:2022:6664

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 november 2022
Publicatiedatum
15 november 2022
Zaaknummer
13.208.341-22
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 311 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLW
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor meervoudige diefstal

De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 oktober 2022 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland, gebaseerd op een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het kantongerecht Kleve. De opgeëiste persoon was via telehoren aanwezig en werd bijgestaan door een raadsman en een Duitse tolk. De rechtbank stelde de identiteit van de opgeëiste persoon vast en bevestigde diens Duitse nationaliteit.

Het EAB betrof een strafrechtelijk onderzoek naar drie strafbare feiten volgens Duits recht, omschreven als meervoudige diefstal met braak of verbreking. De rechtbank beoordeelde dat de feiten ook onder Nederlands recht strafbaar zijn en dat aan de vereisten van dubbele strafbaarheid was voldaan. Tevens werd vastgesteld dat het EAB voldeed aan de formele eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat er geen weigeringsgronden van toepassing waren.

Op grond hiervan besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters van de internationale rechtshulpkamer, en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open. De beslissing betekent dat de opgeëiste persoon zal worden overgeleverd aan Duitsland voor vervolging van de genoemde feiten.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe voor meervoudige diefstal met braak.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.208.341-22
RK nummer: 22/4126
Datum uitspraak: 2 november 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 9 september 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op
6 januari 2022 door de
Voorzitster van het Kantongerecht (Amtsgericht) Kleve(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1988,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
uit anderen hoofde gedetineerd in de [detentieplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 19 oktober 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. G.P. Sholeh. De opgeëiste persoon is door middel van telehoren aanwezig en is bijgestaan door zijn raadsman,
mr. R.A.L.F. Frijns, advocaat te Rotterdam en door een tolk in de Duitse taal.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Duitse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel dat op 14 oktober 2021 is uitgevaardigd door het kantongerecht (
Amtsgericht) Kleve, met zaaknummer 10 Gs 612/21.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan drie naar Duits recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
(poging tot) diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking, meermalen gepleegd.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 45, 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
Voorzitster van het Kantongerecht (Amtsgericht) Kleve(Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. M.M.L.A.T. Doll en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 2 november 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.