ECLI:NL:RBAMS:2022:6567

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 november 2022
Publicatiedatum
13 november 2022
Zaaknummer
CV 21-16240
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Warmtewet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling energieovereenkomst wegens onvoldoende bewijs en onduidelijkheid contract

In deze zaak vorderde Eteck Warmte Manhattan B.V. betaling op grond van een vermeende energieovereenkomst met de gedaagde. De rechtbank overwoog dat onvoldoende was gesteld over het sluiten van de overeenkomst. Het enige bewijs was een mutatieformulier zonder de daadwerkelijke huurovereenkomst of voorwaarden, waardoor het bestaan en de inhoud van de overeenkomst onvoldoende waren aangetoond.

De gedaagde verklaarde niet op de hoogte te zijn geweest van een contract met Eteck of diens rechtsvoorganger, mede omdat aanvankelijk niet werd gefactureerd. Eteck kon dit niet weerleggen. De rechtbank oordeelde dat daardoor de vorderingen niet toewijsbaar waren. Tevens was onvoldoende informatie beschikbaar om ambtshalve te toetsen op oneerlijke bedingen, handelspraktijken of informatieplicht.

Hoewel de gedaagde bereid was alsnog een overeenkomst te sluiten, stelde Eteck als voorwaarde dat eerst de achterstand betaald zou worden. De rechtbank wees alle vorderingen af en veroordeelde Eteck in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagde op nihil werden begroot.

Uitkomst: De vordering van Eteck wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het bestaan en de inhoud van de overeenkomst.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 9539174 CV EXPL 21-16240
vonnis van: 11 november 2022
fno.: 8622

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap Eteck Warmte Manhattan B.V.

gevestigd te Waddinxveen
eiseres
nader te noemen: Eteck
gemachtigde: mr. O.J. Boeder
t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]
gedaagde
nader te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

In deze zaak is op 18 maart 2022 een tussenvonnis gewezen. Voor de inhoud van dat tussenvonnis wordt daarnaar verwezen. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft Eteck op 1 april 2022 een akte genomen. [gedaagde] heeft vervolgens op de rolzitting laten weten dat hij op de mondelinge behandeling van 18 februari 2022 niet is verschenen omdat hij daarvoor nooit een uitnodiging heeft ontvangen. Verder heeft [gedaagde] te kennen gegeven dat hij het niet eens is met het tussenvonnis. Hij heeft na het overlijden van zijn vrouw aan Eteck om een nieuw contract gevraagd, maar dat is hem steeds geweigerd, aldus [gedaagde] .
Naar aanleiding hiervan is bij rolmededeling een nieuwe mondelinge bepaald. Deze heeft plaatsgevonden op 6 september 2022. Namens Eteck was daar als gemachtigde aanwezig de heer [naam 1] . [gedaagde] was in persoon aanwezig. Partijen hebben een nadere toelichting gegeven en vragen beantwoord. [gedaagde] heeft een afschrift overgelegd van huwelijkse voorwaarden. Vervolgens is opnieuw een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

De kantonrechter ziet aanleiding terug te komen op hetgeen in het tussenvonnis onder 6. is overwogen, nu die beslissing berust op een onjuiste, althans onvolledige weergave van de feiten. [gedaagde] heeft op de eerste rolzitting erkend dat zijn vrouw in 2015 een overeenkomst met Eteck is aangegaan. Er is door Eteck echter enkel een zogeheten mutatieformulier in het geding gebracht waarin het leveringsadres, de oude bewoner en de nieuwe bewoner genoemd staan. Bij de handtekening nieuwe bewoner staat:
“Ik verklaar het formulier volledig en naar waarheid te hebben ingevuld. Ik verklaar akkoord te zijn met de huurovereenkomst en bijbehorende voorwaarden welke door mij zijn ondertekend.” Dit mutatieformulier bevat op zichzelf dus geen afspraken tussen de rechtsvoorganger van Eteck en [naam 2] . De huurovereenkomst en bijbehorende voorwaarden waarnaar verwezen wordt is niet in het geding gebracht. Ook ter zitting is door Eteck niet meer duidelijkheid verschaft over de wijze van totstandkoming van de overeenkomst met [naam 2] , noch over de inhoud van die overeenkomst. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij niet wist dat er een contract was met (de rechtsvoorganger van) Eteck, ook omdat er aanvankelijk niet gefactureerd werd. Dat laatste is door Eteck niet weersproken.
Bij die stand van zaken is over het bestaan en de inhoud van een overeenkomst tussen Greenspread (later Eteck) enerzijds en [naam 2] (later [gedaagde] ) anderzijds onvoldoende gesteld. De vorderingen die op de door Eteck gestelde overeenkomst zijn gebaseerd zijn reeds om die reden niet toewijsbaar. Bovendien zijn met deze gang van zaken ook onvoldoende stukken overgelegd om ambtshalve te kunnen toetsen of de vordering van Eteck is gebaseerd op oneerlijke bedingen, of sprake is van een oneerlijke handelspraktijk en of is voldaan aan de wettelijke informatieplicht. Voor zover Eteck heeft aangevoerd dat die informatieplicht onder de oude Warmtewet niet gold is dit onjuist. In de in 2015 geldende Warmtewet stonden in artikel 3 de Pro toen geldende informatieverplichtingen opgesomd.
[gedaagde] was en is bereid alsnog een overeenkomst te sluiten maar Eteck heeft daar tot op heden de voorwaarde aan verbonden dat de achterstand betaald zou worden. Onder die omstandigheden zijn de vorderingen die zien op ontbinding van de overeenkomst en afsluiting van de installatie niet toewijsbaar. Het ligt voor de hand dat partijen voor de toekomst alsnog een overeenkomst sluiten.
Uit het vorengaande volgt dat alle vorderingen worden afgewezen.
Bij deze uitkomst van de procedure wordt Eteck in de proceskosten veroordeeld, welke kosten aan de kant van [gedaagde] op nihil worden begroot.

BESLISSING

De kantonrechter:
wijst het gevorderde af;
veroordeelt Eteck in de proceskosten, aan de kant van [gedaagde] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2022 in aanwezigheid van de griffier.