Eiseres heeft een Wob-verzoek ingediend bij het College van Burgemeester en Wethouders van Amstelveen over informatie met betrekking tot de verhuizing van een derde-partij. Verweerder heeft dit verzoek deels ingewilligd en deels geweigerd, waarbij bepaalde bedragen werden weggelakt op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g van de Wob, ter bescherming van belangen van betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen.
Eiseres betwist de grondslag van deze weigering en stelt dat de bedragen niet hadden mogen worden weggelakt omdat openbaarmaking geen onevenredige benadeling van de derde-partij oplevert. Verweerder handhaaft zijn standpunt dat openbaarmaking nadelig is voor de onderhandelingspositie van de derde-partij op de huur- en koopmarkt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g van de Wob heeft toegepast. De rechtbank stelt vast dat het bedrag dat een bedrijf momenteel aan huur betaalt geen inzicht geeft in toekomstige financiële positie of onderhandelingspositie en dat de derde-partij geen actief bedrijf is op de vastgoedmarkt. Daarom is niet aannemelijk dat openbaarmaking leidt tot onevenredige benadeling.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarbij de bedragen openbaar worden gemaakt. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.