AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor mishandeling en diefstal met geweld
De rechtbank Amsterdam heeft op 6 januari 2022 uitspraak gedaan over een vordering tot overlevering ex artikel 23 OverleveringswetPro, ingediend door de officier van justitie. Het verzoek betreft een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Tiergarten in Duitsland, gericht op een Poolse verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
De verdachte werd verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder mishandeling, wederspannigheid, eenvoudige belediging van een ambtenaar tijdens diens bediening, en poging tot diefstal gevolgd door geweld om vlucht mogelijk te maken. De rechtbank heeft de identiteit van de verdachte vastgesteld en het EAB inhoudelijk onderzocht.
De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de formele en materiële vereisten van de Overleveringswet, inclusief de toetsing van dubbele strafbaarheid van de feiten onder Nederlands recht. Er zijn geen weigeringsgronden of uitzonderingen van toepassing die de overlevering in de weg staan.
Op basis hiervan heeft de rechtbank de overlevering van de verdachte aan Duitsland toegestaan. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk, waardoor de uitspraak definitief is.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe voor de in het EAB genoemde strafbare feiten.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751950
RK nummer: 21/6254
Datum uitspraak: 6 januari 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 OverleveringswetPro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 21 oktober 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 27 juli 2021 door het Amtsgericht Tiergarten(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1.Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 23 december 2021. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.V. Ramdihal, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3.Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een enforceable jugdmentvan het Amtsgericht Tiergarten(Duitsland) van 19 juni 2019 (referentienummer: 277 Ls 13/19).
In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en zes maanden, door opgeëiste persoon, met aftrek van het voorarrest, te weten 58 dagen, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
4.Strafbaarheid: Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
mishandeling;
wederspannigheid, meermalen gepleegd;
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;
(poging tot) diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk de vlucht mogelijk te maken.
5.Slotsom
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLWPro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.
6.Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 45, 180, 266, 267, 300 en 312 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 van de Overleveringswet.
7.Beslissing
STAAT TOEde overlevering van [opgeëiste persoon]aan het Amtsgericht Tiergarten(Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. M.T.C. de Vries en J.H. Beestman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 6 januari 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.