Uitspraak
locatie Amsterdam, hierna te noemen: de Raad.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en zijn minderjarige kind, geboren in 2017. Na het beëindigen van de relatie verblijft het kind bij de moeder, die het gezag uitoefent. De vader had zijn verzoek tot medegezag ingetrokken, zodat de procedure zich beperkte tot de omgangsregeling.
Partijen zijn gestart met een hulpverleningstraject bij Altra, dat niet is doorgegaan vanwege taalproblemen bij de moeder. De voorlopige omgangsregeling werd nageleefd, waarbij het kind op zaterdag bij de vader verbleef en dinsdagcontacten vervielen sinds het kind naar school ging. De moeder verzocht de regeling niet uit te breiden vanwege haar angst en bezorgdheid over de overnachtingen.
De Raad voor de Kinderbescherming zag geen reden tot onderzoek en adviseerde een stapsgewijze uitbreiding van de omgang met overnachtingen, waarbij de vader rekening moet houden met het slaapritueel van het kind en goede communicatie met de moeder moet onderhouden. De rechtbank volgde dit advies en bepaalde dat de omgang vanaf 5 februari 2022 eens per veertien dagen met een overnachting plaatsvindt, met verdere uitbreiding van de verblijfsduur op zondag in maart, april en eind april 2022.
De moeder werd geadviseerd hulp te zoeken voor haar angst en partijen werd opgedragen goede communicatie te onderhouden over de behoeften van het kind. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst een stapsgewijze uitbreiding van de omgangsregeling toe met overnachtingen bij de vader vanaf 5 februari 2022.