Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage I.
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen, waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn opgenomen, bewezen dat verdachte:
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
9 (negen) jaar.
benadeelde partij [benadeelde partij 1]toe tot een bedrag van
€ 3.143,13(drieduizend honderd drieënveertig euro en dertien eurocent) aan vergoeding van materiële schade en
€ 17.500,-(zeventienduizend vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.143,13 vanaf 16 maart 2021 en over € 17.500,- vanaf 12 maart 2021, telkens tot aan de dag van de algehele voldoening.
aan de Staat € 20.643,13(twintigduizend zeshonderd drieënveertig euro en dertien eurocent)
te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.143,13 vanaf 16 maart 2021 en over € 17.500,- vanaf 12 maart 2021, telkens tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 138 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
benadeelde partij [benadeelde partij 2]toe tot een bedrag van
€ 17.500,-(zeventienduizend vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 maart 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening.
aan de Staat € 17.500,-(zeventienduizend vijfhonderd euro)
te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 maart 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 122 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
benadeelde partij [benadeelde partij 4]toe tot een bedrag van
€ 20.000,-(twintigduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 maart 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening.
aan de Staat € 20.000,-(twintigduizend euro)
te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (12 maart 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 135 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
de benadeelde partij [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijkin haar vordering tot schadevergoeding.