Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Inleiding
5.Waardering van het bewijs
6.Bewezenverklaring
- de borst aan de linker zijde voorwaarts en de borst aan de linker zijde zijwaarts en
- de rug aan de linker zijde zijwaarts;
- de borst aan de linker zijde en
- de rug aan de bovenzijde en
- het rechter bovenbeen en
- de linker bovenarm en
- de linker onderarm,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- de borst aan de linker zijde en
- de linker onderarm,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- de borst aan de rechterzijde en
- de buik aan de rechter bovenzijde en
- de linker arm,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- de borst aan de rechterzijde en
- de buik aan de rechterzijde en de buik aan de linkerzijde en
- de linkerarm en
- de rechterarm en de rechterhand en
- de rechterknie en de rechterenkel,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- in de richting van voornoemde [benadeelde partij 7] een mes voor zich uitstak en
- voornoemde [benadeelde partij 7] op minder dan een halve meter afstand dreigend een mes heeft voorgehouden en
- met een mes stekende bewegingen in de richting van voornoemde [benadeelde partij 7] heeft gemaakt,
terwijl de uitvoering van dat voornomen misdrijf niet is voltooid.
7.De strafbaarheid van de feiten
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de maatregel
10.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
(€ 500,-) niet-ontvankelijk te verklaren. Daarnaast vordert de benadeelde partij [benadeelde partij 5]
€ 25.000,- aan immateriële schade.
(€ 500,-) acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], voor het bewezene
niet strafbaaren ontslaat hem van alle rechtsvervolging ter zake daarvan.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd.
niet-ontvankelijkin haar vordering.
€ 17.500,- (zegge zeventienduizend vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (21 mei 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening.
niet-ontvankelijkin haar vordering is.
€ 17.500,- (zegge zeventienduizend vijfhonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (21 mei 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
122 dagen.De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
€ 1.849,02,- (zegge duizend achthonderdnegenveertig euro en twee cent) aan vergoeding van materiële schade en € 7.500,- (zegge zevenduizend vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (21 mei 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 9.349,02,- (zegge negenduizend driehonderdnegenenveertig euro en twee cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (21 mei 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
81 dagen.De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
niet-ontvankelijkin haar vordering is.
118 dagen.De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
niet-ontvankelijkin haar vordering is.
€ 23.547,25,- (zegge drieëntwintigduizend vijfhonderdzevenenveertig euro en vijfentwintig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (21 mei 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
152 dagen.De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
niet-ontvankelijkin zijn vordering is.
183 dagen.De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter,
mrs. P.L.C.M. Ficq en C.P.E. Meewisse, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. Utlu, griffier,