ECLI:NL:RBAMS:2022:6073

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 oktober 2022
Publicatiedatum
25 oktober 2022
Zaaknummer
13/196890-22
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens moord en zware mishandeling

De rechtbank Amsterdam heeft op 18 oktober 2022 uitspraak gedaan over een vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland. Deze vordering betreft een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Neuruppin op 18 november 2021, gericht op de aanhouding en overlevering van de opgeëiste persoon wegens verdenking van moord en zware mishandeling.

Tijdens de openbare zitting van 4 oktober 2022 werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en erkend. De verdediging gaf aan dat er geen weigeringsgronden voor de overlevering aanwezig zijn. De rechtbank heeft de wettelijke termijn voor uitspraak met dertig dagen verlengd om de zaak zorgvuldig te kunnen beoordelen.

De rechtbank oordeelde dat het EAB voldoet aan de vereisten van de Overleveringswet (OLW) en dat het strafbare feit valt onder de lijst van bijlage 1 van de OLW, waardoor onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kan blijven. Er zijn geen gronden gevonden om de overlevering te weigeren. De rechtbank heeft daarom de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toegestaan.

De uitspraak is gedaan door voorzitter R. Godthelp en rechters J.A.A.G. de Vries en M.E.M. James-Pater, en is onherroepelijk omdat tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe voor moord en zware mishandeling.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/196890-22
RK nummer: 22/3795
Datum uitspraak: 18 oktober 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 8 augustus 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 18 november 2021 door het
Amtsgericht Neuruppin(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (voormalige Sovjet-Unie) op [geboortedag] 1981,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in de [detentieplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 4 oktober 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. H.A.F.C. Tack, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Oekraïense taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia, inclusief het alias, juist zijn en dat hij de Oekraïense nationaliteit heeft.

3.Referte

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen weigeringsgronden aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staan.

4.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
arrest warrant for the purpose of prosecutionvan 13 oktober 2021 van het
Amtsgericht Neuruppin(Duitsland).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

5.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 14, te weten:
moord en doodslag, zware mishandeling
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook verder geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Neuruppin(Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. R. Godthelp, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en M.E.M. James-Pater, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 18 oktober 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.