Energyhouse vorderde betaling van €31.035,58 van de vennoten van een bakkerij, stellende dat een vijfjarig energiecontract was gesloten via een wederverkoper Powersense. De vordering bestond uit een eindafrekening en een opzegvergoeding gebaseerd op productvoorwaarden.
De gedaagden betwistten het bestaan van een overeenkomst en stelden dat zij nooit akkoord zijn gegaan. De rechtbank constateerde dat Energyhouse onvoldoende heeft toegelicht wat de rol van Powersense en diens vertegenwoordiger was bij het sluiten van de overeenkomst. Er is twijfel gerezen over de vraag of de vennoten zelf de overeenkomst hebben bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat niet vaststaat dat de gedaagden de overeenkomst hebben gesloten. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de productvoorwaarden, waaronder de opzegvergoeding, onderdeel zijn van de overeenkomst. Ten aanzien van de schade ontbrak het aan objectieve gegevens. De reeds gedane betalingen werden als voldoende beschouwd voor geleverde energie.
Daarom wees de rechtbank de vordering integraal af en veroordeelde Energyhouse in de proceskosten. De voorwaardelijke reconventievorderingen werden eveneens afgewezen wegens gebrek aan belang.