ECLI:NL:RBAMS:2022:6001

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 oktober 2022
Publicatiedatum
20 oktober 2022
Zaaknummer
9288109 CV EXPL 21-8878
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 5 onder b Besluit Leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998Art. 2 lid 6 onder b en c Besluit Leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consument niet gehouden tot betaling na onvolledige informatie over nieuwe energieovereenkomst na faillissement leverancier

In deze zaak stond centraal de vraag of een consument gehouden was aan een nieuwe energieovereenkomst die door een andere leverancier was aangeboden na het faillissement van de oorspronkelijke leverancier. De rechtbank oordeelde dat de nieuwe leverancier de consument onvolledig en onjuist had geïnformeerd over de overgang van de overeenkomst.

De leverancier had de klantenportefeuille overgenomen zonder dat er sprake was van een formele aanwijzing door de ACM, maar van een zogenaamde 'tussenvorm' die niet in de wet- en regelgeving was voorzien. De consument had de nieuwe overeenkomst niet geaccepteerd, waardoor de oorspronkelijke overeenkomst met de failliete leverancier bleef voortbestaan.

De rechtbank kwalificeerde het verstrekken van onjuiste informatie als een oneerlijke handelspraktijk. De vorderingen van de leverancier werden daarom afgewezen en de consument hoefde niets te betalen. De proceskosten werden aan de zijde van de consument nihil begroot.

Uitkomst: De vordering van de leverancier wordt afgewezen en de consument hoeft niets te betalen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 9288109 CV EXPL 21-8878
vonnis van: 10 oktober 2022
fno.: 515

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap INNOVA ENERGIE B.V.

gevestigd te Delft
eiseres
gemachtigde: B.E.J. Caminada
t e g e n

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
niet verschenen

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 24 januari 2022 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft eiseres een akte ingediend.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Beoordeling

Bij voornoemd tussenvonnis, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast geldt en waaraan de kantonrechter zich houdt, is eiseres in de gelegenheid gesteld een nadere toelichting te geven over de overgang van de energieovereenkomst van gedaagde naar eiseres. Voorts is eiseres in de gelegenheid gesteld de kantonrechter te informeren omtrent de naleving van de informatieplichten en de mogelijke sanctie op het niet naleven daarvan.
Eiseres heeft in haar akte gesteld dat, anders dan de in het tussenvonnis genoemde situaties, in dit geval sprake is van een derde situatie. Deze overgang komt neer op een door de ACM geautoriseerde tussenvorm, waarbij de ACM heeft ingestemd met de overdracht van de klantenportefeuille door de curator zonder enige vrijheid van contracteren. Er is geen sprake van een echte aanwijzing conform het Besluit Leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 (hierna: het Besluit), maar van een gedwongen tussenvorm, aldus eiseres. Alleen een switch van alle klanten naar één leverancier is een optie. Alle aansluitingen gaan over op een modelcontract op variabeltarief, ongeacht of de klant dat wil of niet. Een klant kan op zijn beurt vervolgens een switch bewerkstelligen naar een andere leverancier. Het aanbieden van een contract op individueel niveau is ten tijde van de switch eenvoudigweg niet mogelijk. Feitelijk is sprake van een lacune in de wet- en regelgeving. De overnemende leverancier tracht de klant overeenkomstig toepasselijke wet- en regelgeving aan zich te binden door het aanbieden van een overeenkomst tot levering, aldus nog steeds eiseres. Ten slotte berust eiseres in het opleggen van een sanctie vanwege schending van essentiële informatieplichten.
Op grond hiervan moet worden geconcludeerd dat de ACM eiseres niet ingevolge artikel 2 lid 6 onder Pro b en c van het Besluit heeft aangewezen. Bij gebrek aan een andere wettelijke basis en de afwezigheid van een toelichting van de zijde van eiseres op dit punt, kan de leveringsverplichting van Flexenergie niet anders op eiseres zijn overgegaan dan door overname ingevolge artikel 2 lid 5 onder Pro b van het Besluit. Nu eiseres hieromtrent niets heeft gesteld en de stukken ook geen nadere uitleg geven, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat de energieovereenkomst die bestond tussen Flexenergie en gedaagde, door eiseres is overgenomen. Deze overeenkomst dient in dat geval door eiseres onder dezelfde voorwaarden die golden bij Flexenergie te worden voortgezet. Het betoog van eiseres dat zij zich heeft gebaseerd op een door de ACM geautoriseerde “tussenvorm” maakt het vorenstaande niet anders. Nog afgezien van het feit dat van een autorisatie voor die “tussenvorm” door de ACM in dit geding niet is gebleken, valt niet in te zien op basis van welke bevoegdheid de ACM een dergelijke autorisatie kan afgeven in de privaatrechtelijke verhouding tussen de energieleverancier en haar klant. De ACM heeft slechts de mogelijkheid om op basis van een aanwijzing de leveringszekerheid te garanderen indien er geen overeenkomst met de curator tot stand komt. Het overnemen van alleen het “klantenbestand”, zonder dat daarbij de energieovereenkomsten worden overgenomen, zoals door eiseres wordt bepleit, is een figuur die in het Besluit niet voor komt.
Eiseres heeft niettemin aan gedaagde bericht dat zij per 1 november 2018 (de overnamedatum) een nieuwe leveringsovereenkomst met eiseres had en zij heeft gedaagde daarbij als bijlage een nieuwe schriftelijke overeenkomst met een variabel tarief toegezonden. Verder heeft eiseres gedaagde vervolgens een nieuw aanbod gedaan tegen vaste tarieven. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen onder rov. 3 is dit onjuiste informatie en is eiseres niet volledig geweest in haar mededelingen, zodat sprake is van een omissie. Dit kwalificeert als een oneerlijke handelspraktijk. Eiseres had de door haar overgenomen klanten van Flexenergie moeten berichten dat zij de overeenkomsten met Flexenergie heeft overgenomen, onder de voorwaarden die golden bij Flexenergie.
Aangezien gedaagde het aanbod van eiseres niet heeft aanvaard, is de overeenkomst die gedaagde oorspronkelijk met Flexenergie heeft gesloten in stand gebleven en moet(en) eiseres (en gedaagde) daaraan uitvoering geven. Nu de vorderingen van eiseres zijn gebaseerd op een niet bestaande overeenkomst, worden deze afgewezen.
Gedaagde is niet is verschenen, zodat de proceskosten aan de zijde van gedaagde worden begroot op nihil.

BESLISSING

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt eiseres in de proceskosten die aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot worden op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2022 door mr. L. van Berkum, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.