Uitspraak
in haar hoedanigheid van bijzondere curator over na te noemen minderjarige,
hierna te noemen de bijzondere curator,
als advocaat voor zichzelf verschijnende.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot verbetering van de geboorteakte van een minderjarige, waarbij de man ten onrechte als vader was vermeld. De man en moeder, beiden met Syrische nationaliteit en een asielstatus in Nederland, waren ten tijde van de geboorte van het kind gescheiden. De geboorteakte was aanvankelijk opgesteld op basis van Syrisch recht, waardoor de ex-echtgenoot als vader werd vermeld.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat vanwege de verblijfsvergunningen asiel Nederlands recht van toepassing is op de persoonlijke staat van de betrokkenen. Volgens Nederlands recht, en met name artikel 1:199 BW Pro, werd de man niet automatisch vader omdat het huwelijk was ontbonden vóór de geboorte van het kind.
De rechtbank oordeelde dat de vermelding van de man als vader onjuist was en gelastte de verbetering van de geboorteakte. Dit hield in dat de gegevens van de man als vader werden doorgehaald en de geslachtsnaam van het kind werd gewijzigd in die van de moeder. De beslissing werd genomen op basis van artikel 1:24 BW Pro, dat correcties in het register van de burgerlijke stand mogelijk maakt.
De uitspraak werd gedaan door rechter B. de Vos en is openbaar uitgesproken op 21 september 2022. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de geboorteakte door de onjuiste vermelding van de man als vader te corrigeren en de geslachtsnaam van de minderjarige te wijzigen in die van de moeder.