ECLI:NL:RBAMS:2022:5656
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek dwangakkoord wegens gebrek aan belang en proceskostenveroordeling
De eiser heeft een verzoek ingediend tot vaststelling van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet, gelijktijdig met een verzoek tot toepassing van schuldsanering. De schuldeisers, waaronder ABN Amro Bank N.V., werden een schuldregeling aangeboden waarbij zij 17,54% van hun vorderingen zouden ontvangen als finale kwijting.
Aanvankelijk had ABN Amro Bank N.V. niet ingestemd met de regeling, maar ter zitting werd een brief overgelegd waarin ABN alsnog akkoord ging. Hierdoor was het belang van eiser bij de behandeling van het verzoek komen te vervallen.
Eiser verzocht daarnaast om een proceskostenveroordeling tegen ABN vanwege het late instemmen met de regeling, maar de rechtbank wees dit verzoek af omdat er geen aanwijzingen waren dat ABN op de hoogte was dat het verzoek niet zou worden ingetrokken en omdat het verzoek in strijd was met de goede procesorde.
De rechtbank besloot daarom het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord af te wijzen wegens gebrek aan belang en de gevorderde proceskostenveroordeling eveneens af te wijzen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord en het verzoek tot proceskostenveroordeling zijn afgewezen.