ECLI:NL:RBAMS:2022:5186

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 augustus 2022
Publicatiedatum
5 september 2022
Zaaknummer
13/115714-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Nederlandse staatsburger op basis van Europees aanhoudingsbevel voor fraude en vervalsing

De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 augustus 2022 de vordering tot overlevering van een Nederlandse staatsburger aan Duitsland op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht München. De opgeëiste persoon was niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door haar raadsman. De rechtbank verlengde de beslistermijn met dertig dagen om de overleveringsvraag zorgvuldig te kunnen beoordelen.

De identiteit van de opgeëiste persoon werd vastgesteld en bevestigd dat zij de Nederlandse nationaliteit bezit. Het EAB betreft een strafrechtelijk onderzoek in Duitsland naar fraude en vervalsing, strafbare feiten die voorkomen op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet (OLW) en waarop een gevangenisstraf van ten minste drie jaar staat.

De rechtbank hoefde de dubbele strafbaarheid niet te toetsen vanwege de vermelding op bijlage 1 OLW. Omdat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft, werd een garantie van de Duitse autoriteiten gevraagd en ontvangen dat zij, indien veroordeeld, de straf in Nederland mag ondergaan. Deze garantie achtte de rechtbank voldoende.

Gelet op het voldoen aan de wettelijke eisen en het ontbreken van weigeringsgronden, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de Nederlandse staatsburger aan Duitsland toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/115714-22
RK nummer: 22/2758
Datum uitspraak: 18 augustus 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 mei 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 3 februari 2022 door het
Amtsgericht München(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 augustus 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is niet aanwezig. Haar gemachtigd raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam, is wel aanwezig.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op basis van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd. Deze verlenging heeft de rechtbank nodig om over de verzochte overlevering te beslissen.
De raadsman heeft zich ten aanzien van de toelaatbaarheid van de verzochte overlevering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van het
Amtsgericht Münchenvan 24 januari 2022, dossiernummer: ER V Gs 784/22.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek in verband met het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummers 8 en 10, te weten:
fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen;
vervalsing met inbegrip van namaak van de euro.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Haar overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat zij, na overlevering en een veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De officier van justitie van het arrondissementsparket München heeft per brief op 23 mei 2022 de volgende garantie gegeven:

Overleveringsverkeer met het Koninkrijk der Nederlanden;
Hier: Overlevering van de Nederlandse staatsburger:
[opgeëiste persoon], geboren op [geboortedag]1984 in [geboorteplaats] […]
Voor zover de vervolgde na haar rechtsgeldige veroordeling door een Duitse rechter instemt met haar repatriëring naar Nederland ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de straf, wordt van deze zijde toegezegd, dat zij de straf daar kan uitzitten.”
Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er verder geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, moet de overlevering worden toegestaan.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht München(Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M.T.C. de Vries, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en R. Godthelp, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.A.B. Fransen, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 18 augustus 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.