Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
zaak A- kort gezegd - ten laste gelegd dat hij zich op 23 oktober 2021 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan
zaak B- kort gezegd - ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
stillsvan de camerabeelden die in het dossier zitten, zijn echter onscherp en er zijn slechts delen van het gezicht te zien. Naar het oordeel van de officier van justitie kan aan de herkenningen van de verbalisanten daarom geen doorslaggevend gewicht worden toegekend. Overig bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal ontbreekt.
stillsvan de camerabeelden. Daarnaast kan de betrokkenheid van verdachte bij de diefstal bij [naam restaurant] (feit 3) niet worden gebaseerd op het aangetroffen petje met zijn DNA, omdat het petje door iemand anders gedragen en achtergelaten kan zijn.
“Ik ga je vermoorden. I will kill you!”[getuige 1] heeft verklaard dat verdachte
“Ik maak je dood, ik maak je dood”heeft gezegd tegen [persoon 1] in het café tijdens een dans van voor naar achter. De rechtbank ziet hierin voldoende wettig bewijs voor een woordelijke bedreiging, maar de rechtbank heeft niet op grond van de bewijsmiddelen de overtuiging gekregen om tot een bewezenverklaring te komen. Zo verschillen de verklaringen teveel in bewoordingen en locatie waar de bedreiging zou hebben plaatsgevonden, waardoor de rechtbank niet de overtuiging heeft dat verdachte “
I will kill you!”heeft gezegd tegen [persoon 1] .
stillvan de camerabeelden van [naam bedrijf] op pagina 6 van het dossier. Hierop is de zien dat de man met het rood/blauwe trainingspak een verdikking heeft bij zijn enkel. Bij de reclassering zijn gegevens opgevraagd om te achterhalen welke persoon met een enkelband zich op 9 september 2022 heeft bevonden in de buurt van [naam bedrijf] . De reclassering heeft bericht dat er zich twee personen met een enkelband, onder wie verdachte, in een straal van 500 meter van [naam bedrijf] hebben bevonden. Verbalisant [naam verbalisant 2] heeft op basis van onderzoek in het politiesysteem en de hierboven genoemde
stillgeconstateerd dat verdachte deels voldeed aan de opgegeven signalementen. De andere persoon voldeed niet aan het signalement, reeds omdat hij een andere huidskleur had dan degene op de
still. De verbalisant heeft geen duidelijke herkenning kunnen zien omdat verdachte een mondkapje droeg.
stillsvan de camerabeelden ten tijde van de inbraak bij [naam stichting] . De man op deze camerabeelden is door verbalisanten [naam verbalisant 3] , [naam verbalisant 4] en [naam verbalisant 5] afzonderlijk op basis van een
stillvan deze camerabeelden herkend als verdachte. De verbalisanten hebben verdachte herkend aan voldoende specifieke persoonskenmerken, zoals de vorm van zijn kaaklijn, mond en haarlijn. Deze persoonskenmerken zijn voldoende duidelijk te zien op de
still. Verbalisant [naam verbalisant 3] heeft de man op de
stilldirect herkend als verdachte. Verbalisant [naam verbalisant 3] kent verdachte ambtshalve en heeft verdachte verschillende keren staandegehouden en overgebracht naar een politiebureau na aanhouding. Verbalisant [naam verbalisant 3] heeft verdachte drie maanden vóór deze herkenning voor het laatste gezien. Verbalisant [naam verbalisant 4] en verbalisant [naam verbalisant 5] kennen verdachte ambtshalve als veelpleger en TOP600-subject. Daarnaast heeft verbalisant [naam verbalisant 5] de man op de
stilldirect herkend als verdachte en heeft hij verdachte vaker herkend op (
stillsvan) bewegende camerabeelden. De rechtbank oordeelt daarom dat de herkenningen van verdachte door de verbalisanten voldoende betrouwbaar zijn en dat hiermee buiten redelijke twijfel vaststaat dat verdachte de persoon op de camerabeelden is.
stillsvan de camerabeelden van [naam restaurant] waarop is te zien dat de dader een zwart petje op had. Op het petje is een DNA-mengprofiel aangetroffen van verdachte en een onbekende vrouw. De rechtbank vindt het niet aannemelijk dat - zoals door de verdediging is aangevoerd - het petje van verdachte is geweest, maar door een andere man zou zijn gedragen bij de diefstal. In dit geval had er ook DNA van een andere man moeten zijn aangetroffen op het petje.
stillsvan) bewegende camerabeelden. De rechtbank oordeelt daarom dat deze herkenning voldoende betrouwbaar is om voor het bewijs te gebruiken en dat hiermee in combinatie met het aangetroffen DNA op het petje buiten redelijke twijfel vaststaat dat verdachte de persoon op de camerabeelden is.
stillsvan de camerabeelden onvoldoende duidelijk zijn om de persoonskenmerken waaraan de verbalisanten verdachte zouden hebben herkend, te kunnen waarnemen. Het dossier bevat geen andere bewijsmiddelen op grond waarvan de betrokkenheid van verdachte bij de diefstal kan worden vastgesteld.
4.Bewezenverklaring
bijlage IIbewezen dat verdachte
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Beslag
9.Vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstraf van 14 (veertien) maanden.
teruggaveaan verdachte van:
[persoon 1] niet-ontvankelijkin zijn vordering.
[naam stichting] niet-ontvankelijkin haar vordering.
- [bijlage 2]
- [bijlage 2]
- [bijlage 2]
- [bijlage 2]
- [bijlage 2]
- [bijlage 2]
- [bijlage 2]
- [bijlage 2]