Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Circuit Court of Olsztyn(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
- Een
- een
- een
District Courtin Elk van 13 juni 2006;
ande
District Court in Giźyckovan 21 december 2007.
- 3 jaar (dit betreft de straf die is opgelegd bij het verzamelvonnis II K 203/10);
- 10 maanden (dit betreft de straf die is opgelegd bij vonnis V K 5/08);
- 1 jaar en zes maanden, waarvan nog 1 jaar, 2 maanden en 17 dagen resteren (dit betreft de straf die is opgelegd bij vonnis II K 309/08),
personally in his hands’)heeft ontvangen, iets wat de opgeëiste persoon betwist. Hij was niet aanwezig bij de zitting en heeft niet uit eigen beweging afstand gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, zodat de overlevering ten aanzien van het verzamelvonnis geweigerd dient te worden. Ten aanzien van vonnis V K 5/08 stelt de raadsman zich op het standpunt dat dit een voorwaardelijk opgelegde straf betreft, waarvan de tenuitvoerlegging is bevolen op 22 november 2010. De opgeëiste persoon was van die beslissing niet op de hoogte, zodat hij zijn verdedigingsrechten niet heeft uit kunnen oefenen en de overlevering op grond van artikel 12 OLW Pro ook ten aanzien van dat vonnis dient te worden geweigerd.
Zdziaszek, ECLI:EU:C:2017:629).
the Circuit Courtin Olsztyn waarbij het cumulatieve vonnis in stand is gelaten. Het is voor de rechtbank niet duidelijk of de zaak in hoger beroep in feite en in rechte ten gronde is behandeld. [1] De rechtbank zal hieraan echter geen consequenties verbinden omdat artikel 12 OLW Pro, naar hieronder zal worden besproken, in geen van beide gevallen tot weigering van de overlevering leidt.
(“he received the summons personally in his hands”)voor de behandeling in eerste aanleg. De rechtbank ziet in wat de raadsman hierover heeft aangevoerd, geen reden om niet uit te gaan van deze informatie zodat het verweer wordt verworpen. Dit betekent dat ten aanzien van het cumulatieve vonnis sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 12, sub a, OLW, en de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro daarmee niet van toepassing is.
Ardic).
4.Strafbaarheid
5.Artikel 7 Handvest Pro: recht op family life
family life,zoals gewaarborgd in artikel 7 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest). In dat kader verwijst hij naar een uitspraak van het Hof van beroep van Brussel (België) van 8 maart 2018, waarbij de overlevering van de opgeëiste persoon voor dit EAB is geweigerd om diezelfde reden. De opgeëiste persoon heeft met Nederland weliswaar geen binding, maar heeft in België zijn leven opgebouwd en heeft daar werk, een relatie, een kind en een koopwoning. Daarom zou de overlevering ook nu moeten worden geweigerd.
family lifeen dat de rechtbank bovendien niet gebonden is aan een oordeel van de Belgische rechter.
family life,en dus ook niet van een beperking van dat recht.
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de
Circuit Court of Olsztyn(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.