Uitspraak
[opgeëiste persoon],
BESLISSING:
[opgeëiste persoon]voornoemd
niet-ontvankelijk.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 19 augustus 2022 in de internationale rechtshulpkamer het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon behandeld. De officier van justitie verzette zich tegen het verzoek omdat de opgeëiste persoon sinds 14 juni 2022 niet langer in het HvB-regime, maar in het gevangenisregime verblijft.
De rechtbank overwoog dat op 3 maart 2022 de overlevering van de opgeëiste persoon was geweigerd met het bevel dat Nederland de Belgische straf moest overnemen. De formele overname van de straf vond plaats op 14 juni 2022, waarna het detentieregime wijzigde en de internationale rechtshulpkamer niet langer bevoegd is voor schorsingsverzoeken. De minister van justitie is nu verantwoordelijk voor de uitvoering van de straf.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie niet-ontvankelijk. De beslissing werd genomen door rechter A.J.R.M. Vermolen in aanwezigheid van griffier M.L. Kole.
Uitkomst: Het schorsingsverzoek van de overleveringsdetentie is niet-ontvankelijk verklaard omdat de straf formeel is overgenomen en de minister van justitie bevoegd is.