Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
1.De procedure in de hoofdzaak
- de dagvaardingen van 14 en van 21 april 2020 met bewijsstukken,
- de incidentele conclusie van [gedaagden] houdende verzoek tot toestemming tot het dagvaarden in vrijwaring van NN,
- de conclusie van antwoord in het incident van [eiseres] ,
- extract uit de minuten van 14 oktober 2020 waarbij het [gedaagden] is gegund om NN in vrijwaring te doen dagvaarden,
- de conclusie van antwoord van [gedaagden] met één bewijsstuk,
- de incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid, tevens conclusie van antwoord met bewijstukken van NN,
- het tussenvonnis van 23 september 2020 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de op 13 december 2021 gehouden mondelinge behandeling met de daarin genoemde stukken, waaronder de akte ter rectificatie van de dagvaarding van [eiseres] ,
- email van mr. R.M.T.A. Saes, namens [eiseres] , van 4 februari 2022 met opmerkingen op het proces-verbaal,
- de akte met bewijsstukken van [eiseres] van 3 maart 2022,
- de antwoordakte van [gedaagden] van 1 juni 2022,
- de antwoordakte van NN van 1 juni 2022.
2.De procedure in de vrijwaringszaak
- de dagvaarding in vrijwaring van 27 oktober 2020,
- de akte overlegging producties van [gedaagden] , met bewijsstukken,
- de conclusie van antwoord in vrijwaring van NN met bewijsstukken,
- het tussenvonnis van 7 juli 2021 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de op 13 december 2021 gehouden mondelinge behandeling met de daarin genoemde stukken.
3.De feiten
4.Het geschil
In de hoofdzaak
5.De beoordeling
b. Zo nee, wat is hiervan het (medische) gevolg?