Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Motivering van de vrijspraak
4.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
5.Beslissing
niet-ontvankelijkin zijn vordering.
Rechtbank Amsterdam
Op 12 april 2020 werd verdachte aangehouden nabij een auto die kort daarvoor was gestolen onder bedreiging met een vuurwapen. In de auto werd een vuurwapen aangetroffen met een DNA-mengprofiel dat deels van verdachte kon zijn. Verdachte ontkende de diefstal en gaf een alternatieve verklaring waarin hij stelde dat hij een afspraak had met de aangever en dat de aangever zelf het wapen had getrokken.
De officier van justitie stelde dat het tenlastegelegde bewezen kon worden en baseerde zich op de verklaring van de aangever en diens neef, evenals het DNA-bewijs. De verdediging betoogde dat het alternatieve scenario niet kon worden uitgesloten en dat er aanwijzingen waren dat de aangever niet de volledige waarheid sprak.
De rechtbank concludeerde dat het dossier onvoldoende duidelijkheid bood over de toedracht in de auto en dat het alternatieve scenario van verdachte niet kon worden uitgesloten. Hierdoor kon het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening en het opzet op het bezit van het vuurwapen niet worden vastgesteld.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel was opgelegd. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het tenlastegelegde niet bewezen kan worden en het alternatieve scenario niet kan worden uitgesloten.