Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
De verduisterde gelden zijn toegevloeid naar de vennootschap ten behoeve van de bedrijfsvoering. Het was de vennootschap die de notarispraktijk van [verdachte] feitelijk uitoefende.
Alle verduisterde gelden zijn door middel van overboekingen in de kantooroperatie c.q. bedrijfsvoering gestoken of anderszins ten behoeve van het kantoor aangewend en daarmee zijn de verduisterde gelden dus omgezet en gebruikt ten behoeve van de BV.
Het vermoeden van valsheid in geschrift ontstond bij de Belastingdienst na ontvangst van een brief van 24 maart 2016 van notaris [adviserend notaris] (hierna: [adviserend notaris] ) te Amsterdam, die de erfgenamen van [overleden persoon 1] adviseerde. In die brief stond dat de erfgenamen van [overleden persoon 1] hadden geconstateerd dat het financieel eindoverzicht van de nalatenschap van [overleden persoon 1] niet klopte. Verdachte zou volgens de aangifte van de erfgenamen van [overleden persoon 1] bedragen hebben verduisterd door ze ten laste van de nalatenschap aan zichzelf of derden uit te betalen. Deze verduistering zou verdachte voor de buitenwereld hebben verborgen door middel van valse brieven van de belastingdienst en valse declaraties. De declaraties van verdachte zijn niet terug te voeren op daadwerkelijk verrichte werkzaamheden. Er zijn hierdoor bedragen uit de nalatenschap van [overleden persoon 1] naar derden overgeboekt zonder dat daar een duidelijk aanwijsbare reden voor bestond, waardoor er een tekort was ontstaan in de nalatenschap van [overleden persoon 1] . Het vermoeden van notaris [adviserend notaris] , dat er zaken niet goed gingen bij het notariskantoor van verdachte, leidde tot het onderzoek van het BFT.
[emailadres 1]zat een e-mail van 31 mei 2015, afkomstig van
[emailadres 2]. Het onderwerp hiervan was:
135600 diversen [overleden persoon 1]en de tekst in de e-mail was:
‘zo lijkt het er meer op’. Als bijlage bij deze e-mail was een Word-bestand van een factuur van het CAK gevoegd waarop een bedrag van € 6.240,- in rekening werd gebracht voor een eigen bijdrage zorg aan de heer [boekhouder] aan de [straatnaam] . De naam van dit bestand is
‘1116477_client_Blanco_model_.doc’ De brief is op 14 maart 2003 gemaakt en voor het laatst gewijzigd op 31 mei 2015. Manager is
mr. [verdachte], de auteur is
[initialen]en het document is laatst gewijzigd door
[verdachte]. [23] Deze factuur lijkt inhoudelijk op de factuur van het GAK van 4 augustus 2003 gericht aan [overleden persoon 1] .
[emailadres 2] engericht aan het emailadres:
[emailadres 3]. Als bijlage bij deze e-mail zat een Word-bestand met een factuur van het CAK van 4 augustus 2003. Deze factuur had betrekking op een eigen bijdrage zorg met verblijf van € 6.590,-. Dit document is aangemaakt op 14 maart 2003 en laatst gewijzigd en afgedrukt op 2 juni 2015. De naam van de manager van het stuk is de naam van de verdachte en de auteur wordt aangeduid als
[initialen]en is laatstelijk gewijzigd door
[verdachte]. [24]
- voor/wegens verpleegkosten (€ 6.590,- 9 juni 2004) en nota GAK (€ 8.790.- 19 september 2004): zoals hiervoor is vastgesteld door de rechtbank is de nota van het GAK vals. Ten aanzien van de post van € 6.590,- geldt dat daar geen enkele onderbouwing voor is aangetroffen of een verklaring voor is gegeven. De rechtbank is van oordeel dat deze kostenposten gefingeerd zijn;
- achterstanden GAK (€ 13.122,63 - 9 juni 2004): een factuur voor dit bedrag is niet opgenomen in de administratie van de rechtspersoon en enige andere onderbouwing voor deze kosten is evenmin aangetroffen. Zij komen ook niet voor op de financiële kaart van de nalatenschap van [overleden persoon 1] die door het kantoor van verdachte werd bijgehouden.
31 december 2007, € 8.135,73 – 31 december 2008, € 28.786,50 – 31 december 2009): de rechtbank is van oordeel dat uit het dossier niet volgt dat deze werkzaamheden ook daadwerkelijk zijn verricht. Er is geen enkele urenadministratie aangetroffen en de werkzaamheden lijken, ook gelet op het tijdsverloop, niet te kunnen kloppen. [medewerker B.V. verdachte] (hierna: [medewerker B.V. verdachte] ) was verantwoordelijk voor het opmaken en versturen van declaraties. Zij heeft verklaard dat in de nalatenschap van [overleden persoon 1] de meeste werkzaamheden vanaf medio 2005 wel verricht waren, hetgeen wordt ondersteund door de verklaring van de erfgenamen dat de werkzaamheden eind 2005 voltooid waren en ze niets meer hebben gehoord van verdachte [36] . [medewerker B.V. verdachte] is diegene geweest die de honoraria op het eindoverzicht heeft opgevoerd. Zij heeft verklaard dat zij de bedragen € 20.000,-, € 8.120,87, € 8.135,73 en € 28.786,50 niet heeft opgevoerd in het eindoverzicht van de nalatenschap van [overleden persoon 1] . [boekhouder] heeft verklaard dat hij de nota van een bedrag van € 8.120,87 heeft opgemaakt maar dat hij niet kan zeggen of deze nota juist is. Hij heeft dit opgemaakt aan de hand van de geleverde gegevens door verdachte. [37] Verdachte heeft verklaard dat hij het eindbedrag van de declaraties controleerde en als het bedrag paste binnen de werkzaamheden die het notariskantoor verricht had in de betreffende nalatenschap, dan was het voor verdachte goed. [38] Desgevraagd kon verdachte echter niet toelichten aan de hand waarvan hij die declaraties dan controleerde aangezien een urenadministratie ontbrak. Overigens is geen onderbouwing aangetroffen of gegeven voor de in het eindoverzicht opgevoerde declaraties, die bovendien nimmer aan de erfgenamen zijn verstuurd [39] en grotendeels ook niet in de administratie zijn gevonden.
Dat het overzicht niet is ondertekend maakt dat niet anders.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Beslag
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
10 (tien) maanden.