Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
1.op 6 maart 2020 te Amsterdam, met [benadeelde partij 1] , geboren op 24 mei 2013, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij 1] , immers heeft hij, verdachte, zijn penis meermalen in de mond van die [benadeelde partij 1] gebracht;
op 26 augustus 2020 te Amsterdam [benadeelde partij 2] heeft mishandeld door die [benadeelde partij 2] opzettelijk in haar rug te trappen.
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 6 maart 2020.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
maatregeldat de veroordeelde voor de duur van
5 (vijf) jarenop
geenenkele wijze - direct of indirect -
contactzal opnemen, zoeken of hebben met
[benadeelde partij 1].
1 (één) weekvoor
iedere keerdat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 (zes) maanden.
dadelijk uitvoerbaaris.
€5.500,- (vijfduizendvijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 maart 2020) tot aan de dag van de algehele voldoening.