Eiseres, woonachtig in Marokko, verzocht om een vrijwillige verzekering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) voor haar overleden echtgenoot. Dit verzoek werd op 21 april 2021 afgewezen door de Sociale verzekeringsbank. Eiseres diende op 1 juni 2021 een bezwaarschrift in, dat echter pas op 1 juli 2021 door verweerder werd ontvangen, waardoor het te laat was volgens de wettelijke termijn van zes weken.
Eiseres voerde aan dat de vertraging te wijten was aan de coronapandemie, waardoor zij de beslissing te laat ontving. De rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was gespecificeerd en dat sinds begin 2021 de postbezorging tussen Marokko en Nederland weer normaal verliep. Hierdoor was de te late indiening niet verschoonbaar.
De rechtbank concludeerde dat eiseres geen geldige reden had voor de overschrijding van de termijn en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.