Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
[gedaagde 5],
[gedaagde 6],
[gedaagde 7],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
1.016,00
Rechtbank Amsterdam
Een lid van de Provinciale Staten Noord-Holland heeft gevorderd om weer toe te worden gelaten tot de VVD-fractie nadat zij onvrijwillig uit de fractie was gezet. Zij stelde dat de fractie onzorgvuldig en onrechtmatig had gehandeld, onder meer door het niet delen van de agenda en het niet voeren van bemiddeling voorafgaand aan haar vertrek. Daarnaast vorderde zij een rectificatie van een publicatie van de fractie over haar vertrek.
De rechtbank oordeelde dat een fractie geen juridische entiteit is en dat de samenwerking tussen fractieleden primair zelf geregeld moet worden. Het fractiecharter bevatte geen afspraken over schorsing of ontslag. De fractieleden hadden de mogelijkheid om zelfstandig op te treden en het vertrek van het lid was niet onrechtmatig. De vermeende intimidatie werd niet onderbouwd ondanks herhaalde verzoeken, en het fractievoorzitter heeft een onderzoek gedaan zonder bewijs van intimidatie te vinden.
De rechtbank vond dat de fractieleden niet onzorgvuldig hadden gehandeld en dat het lid zelf onzorgvuldig was door ernstige beschuldigingen te uiten zonder deze te concretiseren. Ook de publicatie van de fractie was niet onrechtmatig en werd bovendien verwijderd. De vorderingen tot herintreding en rectificatie werden afgewezen en het lid werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot herintreding in VVD-fractie en rectificatie wordt afgewezen; eiseres wordt veroordeeld in proceskosten.