ECLI:NL:RBAMS:2022:4172
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord wegens onvoldoende gunstigheid voor schuldeiser
Verzoekster heeft een spaarakkoord aangeboden aan haar schuldeisers waarbij zij 35,66% van de vorderingen aan preferente schuldeisers en 17,83% aan concurrente schuldeisers betaalt over een periode van 36 maanden. Dit akkoord is reeds ingegaan en door alle schuldeisers behalve verweerster geaccepteerd.
Verzoekster vroeg de rechtbank verweerster te dwingen in te stemmen met het akkoord. Tijdens de zitting werd toegelicht dat verzoekster een voltijdopleiding volgt met behoud van uitkering en dat de schuldhulpverlener het wettelijke schuldsaneringstraject te zwaar acht.
De rechtbank oordeelde dat verweerster, die een groot deel van de schuld vertegenwoordigt, in redelijkheid niet gedwongen kan worden akkoord te gaan met het voorstel. Het akkoord is financieel minder gunstig dan de wettelijke schuldsanering die verzoekster mogelijk kan volgen na afronding van haar opleiding. Daarom werd het verzoek afgewezen en zal over toelating tot de wettelijke schuldsanering apart worden beslist.
Uitkomst: Het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord wordt afgewezen omdat het aanbod financieel minder gunstig is dan de wettelijke schuldsanering.