ECLI:NL:RBAMS:2022:4048

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juli 2022
Publicatiedatum
14 juli 2022
Zaaknummer
9156003 CV EXPL 21-5824
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230v BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet-naleving schriftelijkheidsvereiste overeenkomst

Eiseres heeft een vordering ingesteld tegen een buitenlandse vennootschap, Hoist Finance AB, gevestigd te Stockholm, Zweden. Na een tussenvonnis en nadere procedure heeft eiseres aangegeven niet in staat te zijn aanvullende informatie te verstrekken die zij bij de dagvaarding niet reeds had gedaan. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat voldaan was aan het schriftelijkheidsvereiste zoals bedoeld in artikel 6:230v lid 6 BW.

De kantonrechter oordeelde dat dit gebrek aan naleving van het schriftelijkheidsvereiste leidt tot nietigheid van de overeenkomst. Als gevolg daarvan werd de vordering van eiseres afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, die tot op heden aan de zijde van gedaagde nihil werden begroot.

De uitspraak vond plaats bij verstek, aangezien de gedaagde niet was verschenen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2022 door kantonrechter A.W.J. Ros te Amsterdam.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens niet-naleving van het schriftelijkheidsvereiste en de overeenkomst is nietig verklaard.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 9156003 CV EXPL 21-5824
vonnis van: 25 juli 2022
fno.: 991

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

de vennootschap naar buitenlands recht Hoist Finance AB

gevestigd te Stockholm, Zweden
eiseres
gemachtigde: Agin Timmermans
t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]
gedaagde
niet verschenen

Verder verloop van de procedure

Op 27 december 2021 is een tussenvonnis gewezen. Het tussenvonnis is bij rolmededeling van 7 maart 2022 nogmaals aan eiseres toegestuurd, omdat zij dit niet had ontvangen. Naar aanleiding van het tussenvonnis heeft eiseres op 9 mei 2022 een akte ingediend. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

Gronden van de beslissing

De inhoud van het tussenvonnis geldt als hier herhaald en ingelast.
Eiseres heeft in haar akte gesteld dat zij niet in staat is om meer informatie te overleggen dan zij bij dagvaarding reeds heeft gedaan. Daarom ziet eiseres ervan af een akte te nemen.
Zoals in het tussenvonnis reeds is overwogen, kan op grond van de stellingen in de dagvaarding niet worden vastgesteld dat eiseres heeft voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 6:230v lid 6 BW. Dat leidt tot de conclusie dat de overeenkomst nietig is, zodat de vordering moet worden afgewezen.
Eiseres wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt eiseres in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van gedaagde begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.