Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
6 april 2022voor akte uitlating beide partijen;
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak tussen eiseres en gedaagde heeft de rechtbank Amsterdam op 31 augustus 2021 in een deelgeschilprocedure geoordeeld dat gedaagde niet aansprakelijk is voor de door eiseres geleden schade als gevolg van een incident op 1 april 2019.
Eiseres is het niet eens met deze beslissing en heeft een bodemprocedure gestart en verzocht om verlof tot hoger beroep tegen de beschikking in het deelgeschil. Gedaagde heeft zich hiertegen verweerd door zich te beroepen op het eerdere oordeel van de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat tegen deelgeschilbeschikkingen in principe geen hoger beroep openstaat, tenzij verlof wordt verleend door de bodemrechter. Nu het verzoek tijdig is ingediend en er geen nieuwe feiten of juridische misslagen zijn gesteld, acht de rechtbank het in het belang van een efficiënte rechtsgang om tussentijds hoger beroep toe te staan.
De zaak wordt verwezen naar de parkeerrol voor akte-uitlating van beide partijen in afwachting van het hoger beroep, en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank verleent tussentijds verlof tot hoger beroep tegen de beschikking in de deelgeschilprocedure.