Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2022:3923

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 juli 2022
Publicatiedatum
7 juli 2022
Zaaknummer
AMS 21/6048
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:82 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroepschrift tegen niet tijdig besluit

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaarschrift tegen een vergunninghouder. Dit beroep werd op 5 april 2022 eerst niet rechtsgeldig ingetrokken vanwege een voorwaardelijke intrekking, maar op 13 april 2022 is het beroep rechtsgeldig ingetrokken met een verzoek om proceskostenvergoeding.

De rechtbank stelt vast dat verweerder niet aansprakelijk kan worden gehouden voor beslissingen die bij de vergunninghouder liggen, zoals het bereiken van een compromis tussen eiser en vergunninghouder. Omdat partijen in overleg waren en het bezwaar zou worden ingetrokken bij overeenstemming, is het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.

Het betaalde griffierecht van €181,- wordt teruggestort aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. Dondorp en griffier M.P. Osinga Sanders op 6 juli 2022. Eiser kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen en het griffierecht wordt terugbetaald.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 21/6048

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , te Amsterdam, eiser,

(gemachtigde: mr. R.V. Lie-A-Lien),
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

De rechtbank heeft op 16 december 2021 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaarschrift van eiser van 20 juni 2021.
Op 5 april 2022 en 13 april 2022 heeft eiser het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op 28 april 2022 op het verzoek gereageerd. Verweerder heeft op 3 mei 2022 een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. Eiser heeft bij de intrekking van het beroep verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding in beroep. [1] De rechtbank sluit het onderzoek en zal uitspraak doen buiten zitting. Het verzoek is kennelijk ongegrond. [2]
2. Partijen verschillen van mening hoe eisers brief van 5 april 2022 moet worden opgevat.
De rechtbank stelt vast dat eiser de rechtbank bij brief van 5 april 2022 heeft bericht dat het beroep wordt ingetrokken met dien verstande dat hij de betaalde griffierechten en proceskosten van het verweerder ontvangt. Een intrekking onder voorwaarde is geen rechtsgeldige intrekking. Dat betekent dat het beroep op 5 april 2022 niet als ingetrokken kon worden aangemerkt. Eiser heeft op 13 april 2022 het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. Eisers brief van 13 april 2022 is een rechtsgeldige intrekking.
3. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verweerder aan het beroep is tegemoetgekomen. Uit de door verweerder ingezonden stukken blijkt dat eiser en vergunninghouder in overleg zijn. Afgesproken is dat als eiser en vergunninghouder overeenstemming hebben bereikt het bezwaar zal worden ingetrokken. [3] Vervolgens heeft eiser het verzoek ingetrokken. Verweerder kan niet aansprakelijk worden gehouden voor een beslissing die bij vergunninghouder is gelegen – waaronder begrepen het bereiken van een compromis tussen eiser en vergunninghouder. Het uitspreken van een proceskostenveroordeling ten laste van verweerder dient om die reden achterwege te blijven. [4]
4. Het betaalde griffierecht van € 181,- wordt door de griffier teruggestort. [5]

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. Dondorp, rechter, in aanwezigheid van
M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
6 juli 2022
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.
Coll: M.P.O.
D: BJP

Voetnoten

1.onder toepassing van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
2.onder toepassing van artikel 8:54, eerste lid, Awb op grond van artikel 8:75a, derde lid, Awb
3.bevestigd in een e-mail van 28 januari 2022
4.zie bijvoorbeeld de uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
5.op grond van artikel 8:82, vierde lid, van de Awb