De rechtbank Amsterdam heeft op 26 april 2022 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van gewoontewitwassen van contante geldbedragen op zijn bankrekeningen in de periode 2015 tot en met 2020.
Verdachte ontkende de illegale herkomst van het geld en voerde aan dat de contante stortingen afkomstig waren van legale bronnen zoals schenkingen van familie, schadevergoedingen en inkomsten uit het trainen van boksers. De officier van justitie stelde echter dat het bedrag aan contante stortingen niet kon worden verklaard door de legale inkomsten en dat verdachte geen aannemelijke verklaring kon geven voor het verschil.
De rechtbank concludeerde dat verdachte een bedrag van €28.501 niet kon verklaren en dat dit bedrag uit enig misdrijf afkomstig moest zijn. Omdat de stortingen verspreid waren over meerdere jaren, werd sprake geacht van gewoontewitwassen. Medeplegen werd niet bewezen verklaard. De rechtbank legde een taakstraf van 180 uur op, met een vervangende hechtenis van 90 dagen bij niet-naleving, en bepaalde dat in beslag genomen telefoons aan verdachte worden teruggegeven.