ECLI:NL:RBAMS:2022:3672
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding en verdeling eenvoudige gemeenschappen met verkoop woning en vaststelling kinderbijdrage
Partijen zijn gehuwd sinds 6 juli 2000 en hebben twee kinderen, waarvan één minderjarig. De vrouw heeft verzocht om echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De rechtbank bevestigt haar bevoegdheid en wijst het verzoek toe ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan, omdat dit redelijkerwijs niet kon worden overlegd.
De hoofdverblijfplaats van het minderjarige kind wordt bij de vrouw vastgesteld, en de man wordt verplicht een maandelijkse kinderbijdrage van €145 te betalen. De vrouw heeft haar verzoek tot zorgregeling en bijdrage voor het jongmeerderjarige kind ingetrokken.
Partijen hebben huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. De rechtbank regelt de verkoop van de woning volgens een spoorboekje waarbij de vrouw drie makelaars kiest, de man er één aanwijst en de netto-opbrengst gelijk wordt verdeeld. Ook is er overeenstemming over de verdeling van inboedel en schilderijen, en de gezamenlijke bankrekeningen worden gelijkelijk verdeeld na verkoop. Schulden worden verdeeld waarbij de man verantwoordelijk blijft voor bepaalde persoonlijke leningen en de rechtbank wijst het verzoek van de man af om creditcardschulden gezamenlijk te dragen wegens onvoldoende bewijs dat deze ten behoeve van de huishouding zijn aangegaan.
Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, hoofdverblijfplaats bij vrouw, kinderbijdrage vastgesteld, woning verkocht en gemeenschappelijke goederen verdeeld.