ECLI:NL:RBAMS:2022:3611

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 mei 2022
Publicatiedatum
27 juni 2022
Zaaknummer
13/752009-21
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 OLWArt. 6a OLWArt. 23 OLWArt. 27 OLWArt. 29 OLW
Verwijzingen
14 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering en overname tenuitvoerlegging vrijheidsstraf Nederland wegens Nederlandse nationaliteit

De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 mei 2022 een vordering tot overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank van eerste aanleg Suceava, Roemenië. De opgeëiste persoon, een Nederlander, is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van drie jaar en vier maanden wegens oplichting, welke straf nog moet worden ondergaan.

De verdediging voerde aan dat de overlevering moest worden geweigerd op grond van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW), omdat de opgeëiste persoon niet op correcte wijze op de hoogte was gesteld van de procedure en de bijstand van een advocaat niet adequaat was. De rechtbank oordeelde echter dat de dagvaarding en het vonnis met hogerberoo-instructies in persoon aan de opgeëiste persoon zijn betekend, waardoor de weigeringsgrond niet van toepassing is.

Vervolgens beoordeelde de rechtbank de toepassing van artikel 6a OLW, dat de overlevering van een Nederlander kan weigeren indien de tenuitvoerlegging van de straf in Nederland kan worden overgenomen. De feiten zijn strafbaar volgens Nederlands recht en de opgelegde straf is niet onverenigbaar met de Nederlandse wetgeving. Daarom is de rechtbank bevoegd de overlevering te weigeren en de tenuitvoerlegging van de straf in Nederland te bevelen.

De rechtbank besloot de overlevering te weigeren, de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf in Nederland te bevelen en de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging te gelasten. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering en beveelt de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/752009-21
RK nummer: 22/933
Datum uitspraak: 18 mei 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 18 februari 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 3 augustus 2021 door de rechtbank van eerste aanleg Suceava (Roemenië) en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1953,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 4 mei 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat te Breda, die waarneemt voor mr. J.C. Sneep, advocaat te Breda.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van 21 april 2021 van de rechtbank van eerste aanleg Suceava (Roemenië), onherroepelijk op 13 juli 2021, met dossiernummer 2006/314/20919.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaren en vier maanden. De opgeëiste persoon dient de gehele straf nog te ondergaan. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals dat zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW Pro, omdat zich geen van de situaties als bedoeld in artikel 12, sub a tot en met c, OLW voordoet en er geen verzetsgarantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW aan de opgeëiste persoon is verstrekt. De opgeëiste persoon was niet op de hoogte van het proces en hij heeft de kennelijk van overheidswege toegewezen advocaat niet gemachtigd. Er heeft op 7 september 2020 wel een verhoor van de opgeëiste persoon plaatsgevonden via videoverbinding met Roemenië, waarbij de opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn Nederlandse advocaat mr. S. Krijnen, maar de opgeëiste persoon is niet bekend met de in het EAB genoemde Roemeense advocaat. In het EAB is daarnaast vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is gedagvaard en dat hij in persoon het vonnis heeft ontvangen met de mededeling dat hij hoger beroep kan instellen, maar dit ontkent de opgeëiste persoon ten stelligste. Niet duidelijk is op welk adres de stukken zouden zijn uitgereikt. Ook is er geen reden om af te zien van toepassing van de weigeringsgrond. De opgeëiste persoon heeft alleen een oproep ontvangen voor het verhoor via videoverbinding, hij heeft geen adres hoeven opgeven en evenmin blijkt dat hij in kennis is gesteld van de verplichting een adreswijziging door te geven. De opgeëiste persoon is niet aanwezig geweest bij de zitting, maar heeft niet geprobeerd zich hieraan te onttrekken. Het is derhalve niet duidelijk of de opgeëiste persoon van zijn verdedigingsrechten gebruik heeft kunnen maken, of dat het aan hem te wijten was dat hij wellicht niet van zijn verdedigingsrechten gebruik heeft kunnen maken. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om aanhouding om de Roemeense autoriteiten vragen te stellen over de zittingen, de gemachtigde advocaat en de betekeningen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan. De dagvaarding is, blijkens de informatie in het EAB, in persoon betekend aan de opgeëiste persoon. Daarnaast is na de zitting het vonnis aan de opgeëiste persoon in persoon betekend met de mededeling dat hij hoger beroep kan instellen, hetgeen hij niet heeft gedaan. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is derhalve niet van toepassing.
Oordeel van de rechtbank
Uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot het vonnis heeft geleid dat aan het EAB ten grondslag ligt.
De omstandigheden als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder a en c, OLW doen zich echter voor omdat de opgeëiste persoon de dagvaarding in persoon heeft ontvangen en dus op de hoogte is gebracht van datum en plaats van de terechtzitting, en de opgeëiste persoon het vonnis met de relevante instructies over het instellen van verzet of hoger beroep in persoon heeft ontvangen op 29 juni 2021. Dat de opgeëiste persoon ontkent de dagvaarding en het vonnis met instructies in ontvangst te hebben genomen is, gelet op het wederzijdse vertrouwen waarop het systeem van het EAB berust, onvoldoende om aan de informatie in het EAB te twijfelen.
Nu zich de omstandigheden als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder a en c, OLW voordoen, is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing. Het verweer van de raadsman slaagt dan ook niet. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om de zaak aan te houden voor het opvragen van nadere informatie.

4.Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de feiten heeft aangeduid als feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 20, te weten:
oplichting
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Roemenië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Op grond van artikel 6a OLW kan de overlevering van een Nederlander worden geweigerd, indien de overlevering is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf en de rechtbank van oordeel is dat de tenuitvoerlegging van die straf kan worden overgenomen.
De rechtbank moet daarom beoordelen of de tenuitvoerlegging van de in Roemenië
opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen.
De in artikel 6a, tweede lid, aanhef en onder a, OLW van overeenkomstige toepassing verklaarde weigeringsgronden staan niet in de weg aan overname van de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf
De feiten zijn naar Nederlands recht strafbaar en leveren op:
oplichting;
medeplegen van valsheid in geschrift.
Uit de Nederlandse kwalificaties volgt dat de opgelegde vrijheidsstraf niet de toepasselijke Nederlandse wettelijke strafmaxima overstijgen.
De opgelegde sanctie is naar haar aard niet onverenigbaar met Nederlands recht. Voor een aanpassing van de opgelegde vrijheidsstraf overeenkomstig artikel 6a, derde tot en met vijfde lid, OLW is daarom geen plaats.
De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen. Zij is dan ook bevoegd om de overlevering overeenkomstig artikel 6a, eerste lid, OLW te weigeren. In het onderhavige geval ziet zij geen aanleiding om af te zien van de uitoefening van die bevoegdheid.
De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen.

6.Slotsom

Nu is vastgesteld dat de weigeringsgrond van artikel 6a OLW van toepassing is, dient de overlevering te worden geweigerd.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 47, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6a, en 7 Overleveringswet.

8.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de rechtbank van eerste aanleg Suceava (Roemenië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
BEVEELTde tenuitvoerlegging van de in overweging 3 bedoelde vrijheidsstraf in Nederland.
HEFT OPde overleveringsdetentie van
[opgeëiste persoon] .
BEVEELTde gevangenhouding van
[opgeëiste persoon]tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Dit bevel is apart opgemaakt.
Aldus gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. J.P.W. Helmonds en M.M.L.A.T. Doll, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 18 mei 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.