De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak over een aanrijding waarbij een fietser onvoldoende anticipeerde op een onoverzichtelijke situatie bij een zebrapad en een voetganger geen voorrang verleende. De rechtbank stelde vast dat de fietser voor 60% aansprakelijk is en de voetganger voor 40% eigen schuld draagt.
De voetganger liep een enkelfractuur op en leed aan Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS) Type I, alsmede psychische klachten zoals een eenmalige depressieve stoornis en PTSS. De voetganger stelde dat zij arbeidsongeschikt is geraakt, maar dit werd onvoldoende onderbouwd met medische rapporten, waardoor dit deel van de schade niet werd toegewezen.
De rechtbank kende vergoeding toe voor medische kosten, krukken, gipsbescherming, vervoerskosten, persoonlijke verzorging en smartengeld, maar wees schadeposten voor arbeidsongeschiktheid, verlies aan zelfwerkzaamheid en huishoudelijke hulp af wegens onvoldoende bewijs. De totale toegewezen schadevergoeding werd vastgesteld op €3.682,79 na verrekening van eigen schuld.
De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt, en de nakosten werden toegewezen aan de voetganger onder voorwaarden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.