Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 29 december 2021,
- de akte van de zijde van [eiseres] van 23 februari 2022,
- de antwoordakte van de zijde van [gedaagde] van 20 april 2022.
2.De verdere beoordeling
- Medische kosten, te weten het eigen risico van de zorgverzekering over de jaren 2017 tot en met 2021 à € 385,00 per jaar (€ 1.925,00), de kosten voor de krukken (€ 20,00) en voor een beschermhoes voor het gips (€ 29,99).
- Kosten voor het vervoer naar haar behandelaren sinds het ongeval, begroot op € 250,00.
- Verlies aan arbeidsvermogen, omdat zij als gevolg van het ongeval volledig arbeidsongeschikt is geraakt. De totale schadepost is € 24.189,35, opgebouwd als volgt:
- Verlies aan zelfredzaamheid omdat zij geen kleine werkzaamheden in en om het huis (een nieuwbouw huurwoning, galerijflat met balkon) meer kan verrichten. Op basis van de Richtlijn Zelfwerkzaamheid van de Letselschade Raad begroot [eiseres] deze schade voor de jaren 2018 tot en met 2021 op € 112,70 per jaar, in totaal € 450,80.
- Kosten van huishoudelijke hulp omdat [eiseres] voorheen zelf het huishouden deed en sinds het ongeluk hulp van haar volwassen dochter nodig heeft. De totale schadepost is € 5.423,00, aan de hand van de Richtlijn Huishoudelijke Hulp van de Letselschaderaad als volgt begroot:
- Kosten voor persoonlijke verzorging omdat zij de eerste vier weken na het ongeval bedlegerig was en elke dag drie uur werd verzorgd door haar dochter à € 9,50 per uur = € 798,00.
- Smartengeld, begroot op € 6.500,00.