ECLI:NL:RBAMS:2022:338
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing echtscheiding en medewerking Iraanse islamitische echtscheiding
De rechtbank Amsterdam heeft op 26 januari 2022 de echtscheiding uitgesproken tussen partijen die sinds 1989 gehuwd waren in Iran en beide de Nederlandse en Iraanse nationaliteit bezitten.
De vrouw had verzocht tot echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk, wat door de rechtbank is vastgesteld ondanks het verweer van de man. Daarnaast werd het verzoek van de vrouw tot toekenning van het huurrecht van de gezamenlijke woning afgewezen omdat de man, die medische beperkingen heeft en de woning is aangepast, daar meer belang bij heeft.
De vrouw vroeg ook om finale kwijting over alimentatie en pensioenrechten, maar trok dit verzoek in tijdens de zitting. Verder verzocht zij om afgifte van haar Iraanse identiteitsdocumenten die de man zou bezitten, maar dit verzoek werd afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat de man deze documenten nog in bezit heeft.
Ten slotte werd het verzoek van de vrouw toegewezen dat de man binnen veertien dagen na inschrijving van de echtscheiding in Nederland zijn medewerking verleent aan de Iraanse islamitische echtscheiding bij de ambassade, onder verbeurte van een dwangsom. De rechtbank vond dat het belang van de vrouw om uit het Iraanse huwelijk te komen zwaarder woog dan de bezwaren van de man, die vreesde voor zijn veiligheid bij de Iraanse autoriteiten.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte is afgewezen.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, huurrecht woning toegekend aan man, en man veroordeeld tot medewerking Iraanse islamitische echtscheiding onder dwangsom.