ECLI:NL:RBAMS:2022:3254

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 mei 2022
Publicatiedatum
10 juni 2022
Zaaknummer
13/751704-21
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 29 Overleveringswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie na intrekking Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 mei 2022 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Poolse rechtbank. Het EAB betrof de aanhouding en overlevering van een Poolse verdachte geboren in 1988.

Eerder was de behandeling geschorst vanwege prejudiciële vragen over de Poolse rechtsstaat. Tijdens de zitting van 3 mei 2022 waren de verdachte en zijn raadsman niet aanwezig. De rechtbank stelde de identiteit van de verdachte vast en bevestigde zijn Poolse nationaliteit.

De officier van justitie verzocht de rechtbank niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, omdat het EAB door de uitvaardigende autoriteit was ingetrokken. De rechtbank volgde dit verzoek en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling nemen van het ingetrokken Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751704-21
RK nummer: 21/3685
Datum uitspraak: 3 mei 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 1 juli 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 13 oktober 2020 door de
District Court in Rzeszów(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1988,
opgegeven verblijfsadres: [verblijfadres] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

Zitting 10 augustus 2021
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 augustus 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon – aanwezig via een videoverbinding – is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort en door een tolk in de Poolse taal.
Tussenuitspraak 24 augustus 2021
De rechtbank heeft het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst in afwachting van de nog te stellen prejudiciële vragen inzake de Poolse rechtsstaatsproblematiek.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
Zitting 3 mei 2022
De rechtbank heeft de behandeling van de vordering hervat op de openbare zitting van 3 mei 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort, zijn niet verschenen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het EAB heeft ingetrokken, heeft de officier van justitie gevorderd niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.
De rechtbank verenigt zich met dit standpunt en zal de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

4.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie
NIET-ONTVANKELIJKin de vordering van 1 juli 2021 tot het in behandeling nemen van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en R. Godthelp, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.A. Dijk, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 3 mei 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.