Op 10 februari 2022 werd verdachte samen met medeverdachten aangehouden in Amsterdam. In een woning werden grote contante geldbedragen aangetroffen, waarvan verdachte verklaarde dat deze van hem waren. De rechtbank vond witwasindicatoren aanwezig, zoals de omvang van het geld, de vindplaats en de coupures.
Verdachte gaf aanvankelijk aan dat het geld bestemd was voor de autohandel, maar kon geen concrete, verifieerbare verklaring overleggen. Ter terechtzitting werd een notariële akte overgelegd van een lening van zijn vader in Albanië, maar deze verklaring was niet tijdig en strookte niet met eerdere verklaringen. Hierdoor kon het Openbaar Ministerie niet worden verplicht deze verklaring te verifiëren.
De rechtbank concludeerde dat het geldbedrag van 85.600 euro afkomstig was uit een misdrijf en dat verdachte dit wist. Verdachte werd schuldig bevonden aan medeplegen van witwassen. De rechtbank legde een gevangenisstraf van zes maanden op, rekening houdend met de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoon van verdachte. De straf is lager dan de eis van zeven maanden en houdt rekening met de LOVS-oriëntatiepunten.