Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de reactie van de man op de pleitnotitie namens de vrouw, voorzien van aanvullende producties;
- de reactie van de vrouw op de pleitnota van de man.
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn gehuwd sinds 2015 en hebben een minderjarig kind. De man verzocht om echtscheiding wegens duurzaam ontwricht huwelijk. De vrouw woont met het kind in de echtelijke woning sinds de man deze eind mei 2021 verliet. De man werkt in loondienst en betaalt de lasten van de woning, de vrouw is werkloos en ontvangt een WW-uitkering.
De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding toe ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan, omdat het redelijkerwijs niet mogelijk was dit gezamenlijk op te stellen. De hoofdverblijfplaats van het kind wordt bij de vrouw vastgesteld. De zorgregeling wordt aangepast: het kind verblijft de ene week van donderdag uit school tot vrijdag bij de man en de andere week van donderdag uit school tot maandag, met een verdeling van vakanties en feestdagen in onderling overleg.
De rechtbank adviseert een hulpverleningstraject voor ouders om communicatie te verbeteren. De man wordt veroordeeld tot betaling van een kinderalimentatie van €425 per maand en een partneralimentatie die getrapt verloopt: €102 bruto per maand tot levering van de woning en daarna €1.053 bruto per maand. De woning wordt verkocht aan derden met een verdeling van de netto-opbrengst. Verder worden de bankrekeningen, inboedel, studieschulden en contant geld verdeeld conform wettelijke regels en afspraken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken met vaststelling zorgregeling, alimentatie en verdeling van woning en gemeenschap van goederen.