Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
- de vordering van de officier van justitie van 10 mei 2022;
- het reclasseringsadvies van 29 maart 2022;
- het v.i.-advies van 5 april 2022;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 mei 2022 de vordering van het Openbaar Ministerie om de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) van een veroordeelde achterwege te laten. De veroordeelde was veroordeeld tot 35 maanden gevangenisstraf, waarvan de uitvoering startte op 25 juli 2020, met een geplande v.i. datum van 14 juni 2022.
Het OM stelde dat de veroordeelde niet bereid was mee te werken aan de reclassering, waardoor het recidiverisico onvoldoende kon worden ingeperkt. De reclassering kon geen risicobeoordeling maken vanwege de weigering van de veroordeelde om mee te werken. De veroordeelde gaf aan zijn straf volledig te willen uitzitten en zag geen nut in voorwaarden, mede omdat hij na detentie opnieuw in voorlopige hechtenis zou kunnen worden geplaatst.
De verdediging voerde aan dat het recidiverisico wel degelijk door voorwaarden kan worden beperkt en dat de veroordeelde geen noemenswaardige bijzonderheden vertoonde tijdens detentie. Desondanks concludeerde de rechtbank dat het ontbreken van medewerking aan de reclassering het risico onvoldoende beheersbaar maakt.
Op basis van artikel 6:2:12 Sv Pro (oud) en het v.i.-advies besloot de rechtbank de vordering van het OM toe te wijzen, waardoor de voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege blijft. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van het Openbaar Ministerie toe en laat de voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde achterwege vanwege onvoldoende inperking van het recidiverisico.