ECLI:NL:RBAMS:2022:2647

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 mei 2022
Publicatiedatum
17 mei 2022
Zaaknummer
13/752441-21
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Uitspraak na prejudiciële beslissing
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Polen op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens verkrachting

De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Polen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Piotrków Trybunalski. De opgeëiste persoon is geboren in 1989 en verblijft zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. De procedure kende meerdere zittingen, waarbij de verdachte niet steeds aanwezig was maar vertegenwoordigd werd door zijn raadsman.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de formele vereisten en dat de opgeëiste persoon terecht in hoger beroep was verschenen in Polen, waarbij definitief uitspraak is gedaan over schuld en straf. De rechtbank onderzocht de mogelijke weigeringsgrond van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW) en concludeerde dat deze niet van toepassing was, mede gelet op relevante arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De strafbaarheid van het feit, verkrachting, is opgenomen in bijlage 1 bij de OLW en voldoet aan de vereisten voor dubbele strafbaarheid. Gezien het ontbreken van andere weigeringsgronden en het voldoen aan de wettelijke eisen, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe voor de uitvoering van een vrijheidsstraf wegens verkrachting.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/752441-21
RK nummer: 22/47
Datum uitspraak: 12 mei 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 31 december 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 augustus 2021 door
the Regional Court in Piotrków Trybunalski.(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1989,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [penitentiaire inrichting] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

Zitting 16 februari 2022
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 16 februari 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. H.K. Jap A Joe, advocaat te Utrecht.
De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst om de antwoorden van het Hof van Justitie van de Europese Unie op de gestelde prejudiciële vragen in de verwijzingsbeslissing van 14 september 2021 met kenmerk: ECLI:NL:RBAMS:2021:5051 af te wachten.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd. Ook heeft zij de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor een termijn van 60 dagen, conform lid 4 van artikel 22 OLW Pro, verlengd. Dit omdat zij die verlengingen nodig heeft omdat zij in afwachting is van een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over prejudiciële vragen die relevant is voor haar beslissing. Zij kan daarom nog niet over de verzochte overlevering beslissen.
Zitting 28 april 2022
De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 28 april 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie,
mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon heeft op 28 april 2022 afstand gedaan van zijn recht om ter zitting aanwezig te zijn en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. H.K. Jap A Joe, advocaat te Utrecht.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
judgement issued by the District Court in Opoczno of 25 March 2020 in the case with court file number II K 321/17, which became valid and final on 29 September 2020.
In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren, door de opgeëiste persoon nog geheel te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Standpunt verdediging
De raadsman heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot artikel 12 OLW Pro.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is.
Oordeel van de rechtbank
In het EAB staat vermeld dat het vonnis in eerste aanleg in hoger beroep door
the Regional Court in Piotrków Trybunalskiop 29 september 2020 is bevestigd.
Onder sectie D.2. van het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon samen met zijn advocaat bij de procedure in hoger beroep aanwezig is geweest. Hiernaast heeft de opgeëiste persoon bij de voorgeleiding bij de Nederlandse officier van justitie verklaard dat hij de zittingen in hoger beroep heeft meegemaakt en dat hij ook de uitspraak in hoger beroep heeft aangehoord.
De rechtbank leidt uit het bovenstaande af dat in het arrest in hoger beroep definitief uitspraak is gedaan over de schuld van de opgeëiste persoon en over de aard en de duur van de opgelegde straf, waarbij sprake is geweest van een zekere beoordelingsbevoegdheid van de rechterlijke instantie in hoger beroep. Gelet op de arresten Tupikas [1] en Zdziaszek [2] van het Hof van Justitie van de Europese Unie dient in dit geval alleen voor de procedure in hoger beroep te worden onderzocht of artikel 12 OLW Pro van toepassing is.
Een en ander brengt haar tot het oordeel dat de in artikel 12 OLW Pro bedoelde weigeringsgrond niet van toepassing is.

4.Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 27, te weten:
verkrachting.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Piotrków Trybunalski.(Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. M.M.L.A.T. Doll en J.H. Beestman, rechters,
in tegenwoordigheid van V.J.G. van der Want, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 12 mei 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.HvJ EU 10 augustus 2017, C-270/17 PPU, ECLI:EU:C:2017:628 (Tupikas).
2.HvJ EU 10 augustus 2017, C-271/17 PPU, ECLI:EU:C:2017:629 (Zdziaszek).