De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Amsterdam om een ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen voor de duur van negen maanden. Dit verzoek volgde op ernstige zorgen over de ontwikkeling van de kinderen, veroorzaakt door ingrijpende gebeurtenissen zoals huiselijk geweld en een schietincident binnen het gezin, alsmede politiecontacten van twee van de kinderen.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij de minderjarigen, hun moeder, en vertegenwoordigers van de Raad en Jeugdbescherming Regio Amsterdam aanwezig waren, werd vastgesteld dat de ouders het gezag uitoefenen en openstaan voor hulpverlening. De ouders hebben echter soms moeite met volledige openheid, waardoor het gezin onvoldoende profiteert van de geboden hulp.
De kinderrechter constateerde dat ondanks positieve ontwikkelingen en inzet van het gezin, het noodzakelijk is de hulpverlening voort te zetten binnen een dwingend kader om de ontwikkeling van de kinderen te waarborgen. De ondertoezichtstelling wordt daarom voor negen maanden uitgesproken, waarbij de jeugdreclasseerder tevens als gezinsmanager optreedt om het hele gezin te betrekken.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam. De kinderrechter complimenteerde het gezin met de eerste positieve stappen na het schietincident en benadrukte het belang van continuering van de hulpverlening.