De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 februari 2022 de vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Duitsland, op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de arrondissementsrechtbank Bielefeld. De verdachte, geboren in 1962 en woonachtig in Nederland, werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen, een strafbaar feit volgens Duits recht.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de verdachte correct was en dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. De dubbele strafbaarheid van het feit werd niet onderzocht omdat het strafbare feit op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet staat, waardoor deze toets achterwege blijft. Het feit betreft illegale handel in drugs met een maximale straf van ten minste drie jaar gevangenisstraf in Duitsland.
De rechtbank beoordeelde tevens de garantie dat de verdachte, indien veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, deze in Nederland mag uitzitten. De Duitse autoriteiten gaven deze garantie, ondersteund door correspondentie van het Openbaar Ministerie. Op basis hiervan stond de rechtbank de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.