ECLI:NL:RBAMS:2022:2377

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 april 2022
Publicatiedatum
2 mei 2022
Zaaknummer
C/13/716425 / JE RK 22-279
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige ter bevordering individuele begeleiding

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een machtiging gevraagd voor gesloten jeugdhulp ten behoeve van een minderjarige, geboren in 2009, vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die zijn ontwikkeling belemmeren.

De minderjarige en zijn moeder verzetten zich tegen het verzoek, maar de kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria van artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet is voldaan. Hoewel de minderjarige eerder in een open setting was geplaatst en enige verbetering vertoont, zijn er nog grote zorgen, onder meer vanwege incidenten waarbij de minderjarige zich onttrekt aan begeleiding en medische hulp nodig had.

De kinderrechter stelt vast dat er behoefte is aan meer individuele begeleiding in een besloten setting met voldoende structuur, een plek die momenteel niet beschikbaar is. Daarom wordt de machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van drie maanden, met het oog op doorplaatsing naar een passende besloten setting zodra deze beschikbaar is.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden door belanghebbenden worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor drie maanden ter bevordering van individuele begeleiding in een besloten setting.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Amsterdam
Zaakgegevens : C/13/716425 / JE RK 22-279
datum uitspraak: 26 april 2022

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING AMSTERDAM, hierna te noemen de Raad,

gevestigd te Amsterdam
betreffende
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] , hierna te noemen de minderjarige,
Advocaat: mr. R. Pothast, gevestigd te Amsterdam,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats]

[de vader] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats]

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoek met bijlagen van de Raad van 14 april 2022, ingekomen bij de griffie op 15 april 2022
- de instemmende verklaring d.d. 15 maart 2022 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.
Op 26 april 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de minderjarige, bijgestaan door zijn advocaat,
- de moeder,
- een vertegenwoordig(st)er van de Raad.
Opgeroepen en niet verschenen is:
- de vader.

Het verzoek

De Raad heeft de een machtiging verzocht om de minderjarige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van drie maanden.
Het verzoek is gelijktijdig besproken tijdens de behandeling in raadkamer van de verlenging van de gevangenhouding van de minderjarige.

De standpunten

De minderjarige, zijn advocaat, mr. R. Pothast en de moeder van de minderjarige verzetten zich tegen het verzoek.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
De kinderrechter is van oordeel gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting dat aan deze criteria is voldaan. Weliswaar is er eerder een machtiging (open) uithuisplaatsing afgegeven en valt uit de toelichting van zowel jeugdbescherming en de raad voor de kinderbescherming op te maken dat de minderjarige zijn best doet en op sommige vlakken er verbetering valt te bemerken, maar ook is duidelijk geworden dat er grote zorgen zijn ten aanzien van voorvallen en gebeurtenissen waarbij het niet goed met de minderjarige, zoals het weggaan bij Boomerang, waarbij hij in de late avonduren door een vrouw, een passant, vanwege zijn kwetsuren naar het ziekenhuis wordt gebracht. Toegelicht is dat er grotere individuele begeleiding nodig is (in ook een situatie waarbij begeleiders weten dat het af en toe fout gaat) met voldoende structuur. Een dergelijke plek is er op dit moment er niet en, hoewel is aangegeven dat de Koppeling in juli 2022 zal gaan sluiten, dient volgens Raad en Jeugdbescherming de minderjarige in het kader van de uitvoering van de machtiging gesloten toegewerkt te worden naar een plaats van uitvoering waarbij in een kleinere setting meer individuele begeleiding kan worden gegeven.
Uit de verklaring van de gedragswetenschapper blijkt dat deze instemt met het verzoek.
De kinderrechter zal de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen, en wel voor de periode van drie maanden. Met de Raad en Jeugdbescherming is de kinderrechter van oordeel dat nu vanuit de gesloten setting van de Koppeling toegewerkt moet worden naar een plaats in besloten setting met meer individuele begeleiding, nu een dergelijke plek op dit moment niet beschikbaar is.

De beslissing

De kinderrechter:
- verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 26 april 2022 tot uiterlijk 26 jui 2022 betreffende de minderjarige
[minderjarige] ;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr H.P.E. Has, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam